Emrah Bostanci is dertig jaar, aanvaller van UNA en iemand die graag bepalend is aan de bal. Scoren, een assist geven of aan de basis staan van een aanval: daar haalt hij zijn plezier uit. “Ik denk dat mijn grootste kwaliteit is dat ik aanvallend het verschil kan maken. Dat hoeft niet altijd met een doelpunt te zijn. Het kan ook een assist of een voorassist zijn. Daarnaast ben ik sterk in de duels en probeer ik de ploeg op sleeptouw te nemen. Dat gaat meestal op een positieve manier, al lukt dat niet altijd even netjes”, zegt hij met een lach. “Maar goed, zo is de voetbalwereld soms ook.”
Dat Bostanci op een behoorlijk niveau heeft gespeeld, blijkt uit zijn mooiste herinnering. In zijn tijd bij Willem II mocht hij drie keer met de eerste selectie mee. Wedstrijden die hem nog altijd helder voor de geest staan. “Ik zat onder andere bij de selectie voor Utrecht-uit en Feyenoord-uit. Dat vond ik echt geweldig. Vooral het moment dat je daar zit en je ouders op de tribune ziet, dat maakte me ontzettend trots. Natuurlijk is het jammer dat ik uiteindelijk niet mocht invallen, maar die ervaring pakt niemand me meer af.”
Bij Willem II kwam hij ook Edwin Linssen tegen, iemand die veel invloed had op zijn ontwikkeling. “Hij heeft me vooral geleerd om een completere voetballer te worden. Aanvallend zat het bij mij altijd wel goed, maar verdedigend kon het vroeger echt beter. Daar heeft hij me enorm bij geholpen. Inmiddels is dat een stuk beter geworden, al weet ik ook wel dat daar nog steeds winst te behalen valt.”
Zijn favoriete speler is Cristiano Ronaldo, terwijl Galatasaray zijn favoriete club is. Toch hoeft hij niet per se tegen grote namen te spelen om extra gemotiveerd te raken. Juist wedstrijden tegen bekenden brengen iets extra’s bij hem naar boven. “Als er vrienden bij de tegenstander spelen, ben ik toch net wat scherper. Dit seizoen keek ik bijvoorbeeld echt uit naar de wedstrijd tegen Gemert. Een goede vriend van mij, Lex van Dijk, speelde daar. Hij heeft ook bij UNA gespeeld, dus dan leeft zo’n wedstrijd voor mij toch wat meer.”
Inmiddels kijkt Bostanci anders naar voetbal dan toen hij jonger was. Dat wordt duidelijk als hij de keuze krijgt tussen een hattrick maken in een verloren wedstrijd of in de laatste minuut de winnende binnen schieten. “Nu kies ik honderd procent voor die winnende in de laatste minuut. Als je me dit vroeger had gevraagd, had ik waarschijnlijk die hattrick gekozen”, geeft hij toe. “Maar tegenwoordig geniet ik veel meer van samen winnen. De sfeer die daarna in de kleedkamer en binnen de groep ontstaat, vind ik veel mooier dan mijn eigen statistieken.”
Helemaal zonder bijgeloof stapt hij overigens niet het veld op. Bostanci heeft een klein ritueel dat voor iedere wedstrijd terugkomt. “Als we het veld oplopen en ik de lijn overga, spring ik drie keer op mijn rechtervoet. Waarom? Geen idee eigenlijk, maar het hoort er inmiddels gewoon bij.” Ook over de ideale ondergrond hoeft hij geen seconde na te denken. “Gras. Altijd gras.”
Voor de wedstrijd mag er ondertussen flink wat housemuziek door de kleedkamer knallen. Na afloop blijft Bostanci ook graag hangen. “De derde helft in de kantine, absoluut. Dat hoort voor mij bij amateurvoetbal.” Met Bassou en Tijn als voornaamste grappenmakers valt er volgens hem bovendien genoeg te lachen binnen de selectie. Zelf heeft hij niet direct een bijnaam paraat. “Ze zouden waarschijnlijk iets moeten verzinnen met zweten. Ik zweet nogal snel. Na de warming-up ben ik vaak al helemaal nat, dus daar zullen ze vast wel iets van kunnen maken.”

Met UNA wil Bostanci dit seizoen vooral zo hoog mogelijk eindigen. Het linkerrijtje is daarbij een mooi streven, al weet hij dat veel afhangt van de fitheid van de selectie. Zelf wil hij vooral belangrijk blijven voor de ploeg. “Ik ben aanvaller, dus natuurlijk wil ik zoveel mogelijk scoren en assists geven. Maar uiteindelijk gaat het erom dat we als team zo hoog mogelijk eindigen. Daar wil ik mijn bijdrage aan leveren.”
En misschien zegt juist dat laatste wel iets over de voetballer die Bostanci op zijn dertigste is geworden. Waar vroeger de eigen doelpunten misschien wat zwaarder wogen, draait het tegenwoordig vooral om samen winnen. “Dat vind ik nu gewoon veel mooier.”










