Koen van Aert verdedigt het doel van Madese Boys en doet dat met de nodige passie. De 26-jarige keeper, die PSV als favoriete club heeft en Iker Casillas als idool noemt, probeert binnen de lijnen ook nadrukkelijk zijn ploeggenoten te helpen. „Ik ben een gepassioneerde speler en zet mezelf altijd honderd procent in. Ik probeer mijn teamgenoten te motiveren door ze veel te coachen. Als ik eenmaal begin met coachen, horen ze me aan de andere kant van het sportpark nog roepen”, vertelt hij lachend.
Van Aert heeft inmiddels meerdere mooie voetbalmomenten meegemaakt, maar één herinnering steekt erbovenuit: het kampioenschap met Madese Boys in 2025. Vooral de thuiswedstrijd tegen Bavel is hem bijgebleven. „We stonden gelijk in punten en speelden tegen elkaar met veel publiek langs de lijn. Er was een spandoek net zo lang als het veld, gemaakt door de Kan10side. We wonnen de wedstrijd en haalden het kampioenschap de week erna binnen.”
Onder de lat liggen zijn kwaliteiten vooral bij zijn reflexen. „Ik ben goed in het stoppen van één-tegen-één situaties en ook met hoge ballen in de zestien.” Wanneer Van Aert zelf een tegenstander mag uitkiezen, gaat zijn voorkeur uit naar wedstrijden met een derbykarakter. „Het liefst speel ik derby’s, zoals de wedstrijden die we een paar jaar geleden tegen Terheijden speelden. Naar zulke wedstrijden leeft de hele club toe en er staat altijd veel publiek langs de lijn. Helaas spelen we niet meer op hetzelfde niveau.”
Dit seizoen kijkt hij daarom met extra belangstelling naar de ontmoetingen met TSC. „De clubs liggen natuurlijk dicht bij elkaar en daarom voelt dat als een soort derby.”
Een doelpunt van de keeper in de absolute slotfase zou een bijzonder moment zijn, maar Van Aert kiest uiteindelijk liever voor het teambelang. „Als keeper in de laatste minuut scoren zou natuurlijk mooi zijn. Alleen ga je meestal pas naar voren als je achter staat en red je dan maximaal een punt. Het liefst scoort iemand anders en pakken we drie punten.”
Op wedstrijddagen houdt de doelman vast aan verschillende rituelen. „Ik heb er wel een paar. Op de dag van de wedstrijd heb ik altijd hetzelfde ontbijt, omdat ik weet dat ik dan genoeg energie heb. Als ik op de club kom, moet ik ook altijd eerst een koffie drinken.” Vlak voor de wedstrijd heeft Van Aert bovendien een persoonlijk moment. „Voor de wedstrijd begint, doe ik altijd een schietgebed voor mijn vader en opa, omdat ik hoop dat ze meekijken.”
In zijn ontwikkeling als keeper is Anton van Osta belangrijk geweest. „Hij was mijn keeperstrainer toen ik net bij de senioren kwam bij Roosendaal. Hij heeft me heel veel geleerd om een betere keeper te worden.” Een favoriete speler van dit moment heeft Van Aert naar eigen zeggen niet.
Over zijn favoriete ondergrond hoeft hij niet lang na te denken. „Zonder twijfel echt gras. Als keeper is kunstgras niks. Je ligt na iedere wedstrijd helemaal open, zeker omdat ik altijd met korte mouwen keep.”
Ook over de keuze tussen direct naar huis of de derde helft bestaat weinig twijfel. „Dat is bij Madese Boys natuurlijk geen vraag. We gaan na de wedstrijd altijd met elkaar de kantine in.” In de kleedkamer ontbreekt het volgens hem eveneens niet aan humor. Eén grootste grappenmaker aanwijzen is lastig. „We hebben meerdere gekke gasten in de kleedkamer, dus ik kan er niet één aanwijzen. Ook hebben we er een paar die denken dat ze grappiger zijn dan ze echt zijn”, zegt Van Aert met een knipoog.
Zelf heeft de keeper inmiddels ook een bijnaam gekregen. „Ik word door teamgenoten en mensen op de club vaak ‘Olij van de May’ genoemd, omdat ze me op Nick Olij vinden lijken. Ook word ik door tegenstanders regelmatig zo genoemd, dus er zal wel een kern van waarheid in zitten.”
Muzikaal stelt Van Aert weinig eisen aan de voorbereiding. „Daar ben ik nooit zo moeilijk mee. Onze dj Rick de Bruijn draait van alles in de kleedkamer en ik vind het allemaal prima.”
Sportief weet Madese Boys volgens Van Aert dat de onderlinge verschillen klein kunnen zijn. „Het is een competitie waarin iedereen van elkaar kan winnen, maar ook verliezen. Voor ons is het belangrijk om iedere week alles te geven en ons, net als vorig jaar, zo snel mogelijk veilig te spelen. Daarna zien we wel waar het schip strandt.”
Ook persoonlijk heeft Van Aert zijn doelen voor dit seizoen bepaald. „Ik wil mezelf blijven ontwikkelen en gewoon zoveel mogelijk punten pakken voor het team. En als ik dan soms ook nog de nul kan houden, is dat ook wel lekker.”










