Cesar Lebron begint met een duidelijke doelstelling aan het seizoen bij SV Unitas’59. De 25-jarige middenvelder vindt dat zijn ploeg over voldoende voetballende kwaliteiten beschikt om voor de titel te gaan. Zelf wil hij als een van de oudere spelers binnen de jonge selectie meer verantwoordelijkheid nemen.
Lebron omschrijft zichzelf als een technisch begaafde middenvelder met een goed loopvermogen. De fysieke duels zijn minder zijn kracht. „Mijn grootste kwaliteit is mijn mannetje uitschakelen met een schijnbeweging of actie.”
Zijn mooiste voetbalherinnering ligt bij Brabantia. Twee seizoenen geleden speelde hij daar de kampioenswedstrijd tegen DBS. Na negentig minuten stond het nog 0-0, waarna Brabantia in de blessuretijd tweemaal scoorde en alsnog kampioen werd. „Heel die dag was onvergetelijk. Ik kijk zo nu en dan nog steeds de beelden en filmpjes terug.”
Juist DBS is dit seizoen opnieuw een tegenstander waar Lebron naar uitkijkt. Op basis van de beker- en competitieresultaten die hij heeft gezien, rekent hij die ploeg tot de favorieten. „Ik denk dat dat twee leuke potten tegen ze kunnen gaan worden.”
Ook andere Eindhovense tegenstanders liggen hem. Daar komt Lebron geregeld bekende gezichten tegen en volgens hem trekken die wedstrijden meer publiek. Bovendien verwacht hij daar minder duelvoetbal. „Dat ligt mij, en ons team, toch wel iets beter.”
Winnen staat voor de middenvelder boven individuele prestaties. Een hattrick tijdens een nederlaag zou hem weinig voldoening geven. „Zonder twijfel scoren in de laatste minuut. Ik ben altijd bloedchagrijnig na een verloren wedstrijd, ook na een hattrick.”
Een uitgebreid wedstrijdritueel heeft Lebron niet. Wel stapt hij bij het betreden van het veld altijd eerst met rechts over de lijn. Voor de wedstrijd eet hij niet te zwaar en haalt hij standaard een flesje sportdrank en water.
Een belangrijke rol in zijn ontwikkeling speelde Koen van der Heijden, die vorig jaar vertrok bij Unitas’59 en nu trainer is bij VV Geldrop. „Ik ben onder hem echt gegroeid als speler.” Na een individueel mindere periode bij Brabantia hielp Van der Heijden hem volgens Lebron om het plezier terug te vinden. „Met de manier van voetballen en het vertrouwen dat hij mij gaf. Verder heeft hij mij tactisch veel geleerd en meegegeven.”
Cristiano Ronaldo is zijn idool, maar op dit moment kijkt Lebron vooral graag naar Jude Bellingham. „Hij kan letterlijk alles.” Ook Luka Modric, Isco en Pedri behoren tot de spelers van wie hij kan genieten. Real Madrid is zijn favoriete club.
Zelf voetbalt Lebron het liefst op kunstgras, bij voorkeur als het veld een beetje nat is en de bal snel over de ondergrond gaat. Een goed grasveld kan hij eveneens waarderen. Na afloop kiest hij voor de kantine. „Een gezellige derde helft hoort bij het amateurvoetbal.”
Daar zorgt onder anderen Marijn Franse voor de nodige humor. „Hij heeft altijd wel een opmerking of geintje klaarstaan.” Lebron zelf kreeg vorig seizoen van toenmalig assistent Tom Franse de bijnaam ‘Cabron’, een naam die bij enkele ploeggenoten is blijven hangen. In de kleedkamer hoort hij het liefst house, al stelt hij maar één belangrijke voorwaarde: „Als ik er maar niet van in slaap val.”
Op het veld is de doelstelling serieuzer. „Kampioen worden. Als je kijkt naar de voetballende kwaliteiten van onze selectie, vind ik dat je in deze klasse kampioen moet worden.” Lebron ziet tegelijkertijd nog voldoende verbeterpunten. „We mogen nog wat volwassener worden. We hebben een jonge selectie en nog veel ruimte voor verbetering.”
Daarin wil hij zelf een belangrijke rol vervullen. „Ik wil het team zoveel mogelijk op sleeptouw nemen en als een van de oudere jongens in de selectie het goede voorbeeld geven.” Daarnaast is zijn individuele doel helder: meer goals en assists leveren dan vorig seizoen.










