VCW verloor de tweede bekerwedstrijd met 2-3 van Virtus, maar trainer Nicky Kiewit hield ondanks de nederlaag een goed gevoel over aan het optreden van zijn ploeg. Voor het eerst in vier weken kon hij beschikken over een voltallige selectie en volgens de trainer was dat direct terug te zien in het spel.
„We begonnen goed en kregen in het eerste kwartier drie kansen. Ook werd er een doelpunt van ons afgekeurd wegens buitenspel, waarbij ik mijn twijfels had”, aldus Kiewit. Toch was het Virtus dat op voorsprong kwam. Een vrije trap werd na een kwartier binnengekopt: 0-1.
VCW liet zich niet uit het veld slaan en creëerde voor rust opnieuw enkele grote mogelijkheden. „Ik was zeer tevreden over hoe we speelden. We brachten rust aan de bal, voetbalden aardig tot goed en leverden daarnaast veel arbeid. Daar heb ik enorm van genoten.”
Tien minuten na rust verdubbelde Virtus de voorsprong. VCW knokte zich vervolgens terug. Na een goede aanval stuurde Tim Jens de diepte in, waarna diens voorzet door Ard werd afgerond: 1-2. De thuisploeg kreeg daarna via Tim en Jens mogelijkheden op de gelijkmaker, maar de doelman van Virtus voorkwam de 2-2.
Een kwartier voor tijd maakte Virtus de 1-3. Opnieuw gaf VCW niet op. Na een afgeslagen hoekschop haalde Rik verwoestend uit en via de keeper verdween de bal in het doel: 2-3. In de slotfase ging VCW nog op zoek naar de gelijkmaker, maar die viel niet meer.
Kiewit zag ondanks de nederlaag vooral positieve punten. „Als ik naar de kansenverhouding kijk, hadden we deze wedstrijd moeten winnen. We verliezen door onze eigen fouten. Vorige week waren het er vier en vandaag twee, dus het gaat iedere week beter”, zegt hij met een knipoog.
De trainer heeft dan ook vertrouwen richting de competitiestart. „Ik zie Virtus als een van de titelkandidaten en daar hebben wij heel goed tegenstand tegen geboden. Sommige jongens hebben nog weinig kunnen trainen en als je dan dit al op de mat kunt leggen, neem ik daar mijn petje voor af. We hebben nog twee weken voordat de competitie begint. Dan moeten we er staan en dat zullen we ook.”










