SV Reeshof heeft een voorbereiding achter de rug waarin goede wedstrijden werden afgewisseld met mindere fases. Trainer Martijn van Wanrooy zag zijn ploeg stappen maken richting de competitiestart, maar hield aan de oefen- en bekerwedstrijden ook de nodige vraagtekens over. Niet alleen over zijn eigen ploeg, maar vooral over de nieuwe spelregels. „Het wisselend toepassen van de regels maakt het voetbal er niet leuker op.”
Reeshof begon de voorbereiding met twee overwinningen. Waspik werd met 3-0 verslagen en tegen WDS’19 werd het 4-1. Op 30 augustus volgde de eerste bekerwedstrijd tegen Helvoirt. Beide ploegen waren aan elkaar gewaagd en uiteindelijk was één fraaie aanval voldoende voor de beslissing. Stijn van Bavel vond Bion Venhoeven, die met de buitenkant van zijn rechtervoet Mitch Jansen in stelling bracht. Laatstgenoemde schoot de 1-0 binnen.
Een week later wachtte een bijzondere krachtmeting met Hilvaria. Precies de tegenstander waartegen Reeshof vorig seizoen de laatste competitiewedstrijd speelde en degradeerde. Een slecht eerste kwartier brak de Tilburgers ditmaal op. Hilvaria liep snel uit naar 2-0, waarna Bion Venhoeven op slag van rust voor de 2-1 zorgde.
Na rust kwam Reeshof beter voor de dag en kreeg Hilvaria bovendien een volgens Van Wanrooy onterecht gegeven rode kaart. Het numerieke overwicht werd echter onvoldoende benut. Hilvaria vergrootte de marge opnieuw naar twee doelpunten. Stijn van Bavel bracht Reeshof nog terug in de wedstrijd en Hilvaria miste vervolgens een strafschop, maar de gelijkmaker bleef uit: 3-2.
Twee gezichten tegen DESK en Gloria-UC
Tussen de tweede en derde bekerwedstrijd oefende Reeshof op dinsdagavond tegen zaterdagtweedeklasser DESK. Vooral voor rust maakte de ploeg indruk. Mitch Jansen opende op aangeven van Tygo Mels de score, waarna de rollen bij de 0-2 werden omgedraaid: Mels scoorde uit een assist van Jansen.
Na rust veranderde het spelbeeld volledig. Meerdere spelers van Reeshof vielen uit en de ploeg moest vooral proberen overeind te blijven. DESK voerde de druk op en trok de wedstrijd uiteindelijk in blessuretijd alsnog naar zich toe: 3-2. Van Wanrooy hield ondanks de nederlaag een nuttige oefenwedstrijd over aan het duel, waarin een voetballend sterke eerste helft werd gevolgd door een tweede helft waarin vooral hard werken werd gevraagd.
De laatste bekerwedstrijd tegen competitiegenoot Gloria-UC kende min of meer hetzelfde beeld, maar dan in omgekeerde volgorde. Waar Reeshof tegen DESK uitstekend begon, was de eerste helft tegen Gloria-UC juist ondermaats. De thuisploeg profiteerde en kwam vrij eenvoudig op een 2-0 voorsprong.
Na rust verscheen een ander Reeshof op het veld. Gloria-UC hield lange tijd stand, maar in het laatste kwartier werd de druk te groot. Stijn van Bavel verdiende een strafschop, die door Mitch Jansen werd benut. Niet veel later stuurde invaller Tygo Mels met een uitstekende pass Gino Swaans weg, waarna de 2-2 op het bord kwam. Daarmee zat de bekerperiode erop en was Hilvaria de ploeg die zich plaatste voor de volgende ronde.
Iedere scheidsrechter lijkt het anders uit te leggen
Voor Van Wanrooy draaiden de afgelopen weken echter niet alleen om de ontwikkeling van zijn ploeg. Reeshof besloot ook tijdens de oefenwedstrijden al met de nieuwe regels te spelen, zodat de spelers goed voorbereid aan het bekertoernooi konden beginnen. Na zes wedstrijden overheerst bij de trainer vooral de verbazing over de verschillende interpretaties.
„Bij alle zes de wedstrijden werd duidelijk dat het echt interpretatie van de scheidsrechter is. De ene scheidsrechter geeft geel en tien minuten tijdstraf voor het vasthouden van een tegenstander, terwijl het zetten van een blok door een speler alleen geel oplevert en geen tijdstraf. Een andere scheidsrechter maakt van die tien minuten vervolgens vijf minuten.”
Vooral het begrip ‘onsportief gedrag’, waarbij een gele kaart gepaard gaat met tien minuten tijdstraf, zorgt volgens Van Wanrooy voor onduidelijkheid. Niet alleen spelers en trainers worstelen ermee, ook bij scheidsrechters ziet hij verschillende interpretaties.
Daarnaast merkt hij dat de positie van de aanvoerder er niet eenvoudiger op is geworden. „Een aanvoerder krijgt tegenwoordig ook geel en tien minuten tijdstraf als hij om uitleg vraagt. De emotie in het voetbal wordt op deze manier de nek omgedraaid.”
Vijf tellen of toch wat langer?
Ook bij het versnellen van spelhervattingen ziet Van Wanrooy verschillen. De vijfsecondenregel bij doeltrappen en ingooien wordt volgens hem lang niet overal op dezelfde manier toegepast.
„Bij de ene scheidsrechter krijgt een back nauwelijks de tijd om een ingooi op de helft van de tegenstander te nemen. Bij een andere scheidsrechter begint het tellen pas wanneer de speler de bal daadwerkelijk in zijn handen heeft.”
Van Wanrooy vraagt zich daarom af of de regels in de praktijk niet vooral extra druk bij de arbitrage neerleggen. Zeker op de lagere niveaus staat een scheidsrechter er doorgaans alleen voor.
„De leidsmannen moeten tegenwoordig al met zoveel rekening houden. Dan is het de vraag of je ze hiermee wilt belasten. Je krijgt commentaar vanuit het publiek, er is onduidelijkheid bij de teams en vervolgens worden de regels ook nog verschillend toegepast. Dat maakt het voetbal er niet leuker op.”
Reeshof tijdelijk met acht man
De wedstrijd tegen Helvoirt leverde voor Van Wanrooy misschien wel het meest opvallende voorbeeld op van wat de nieuwe regelgeving in de praktijk kan betekenen. Vlak voor rust stond Reeshof tijdelijk nog maar met acht spelers op het veld.
Eén speler had tien minuten tijdstraf gekregen vanwege het vasthouden van een tegenstander. Vervolgens moest een tweede speler na een stevige overtreding en een blessurebehandeling eveneens tijdelijk naar de kant.
Bij een volgende geblesseerde speler probeerde Reeshof dat te voorkomen. De ploeg gaf aan geen behandeling te willen en de speler stond zelf alweer op. Toch moest ook hij naar de kant, omdat de scheidsrechter volgens Van Wanrooy al het signaal had gegeven dat de verzorging het veld in mocht komen.
„De verzorger is uiteindelijk niet eens het veld in geweest, maar de speler moest toch een minuut naar de kant.”
Van Wanrooy zet daarom vraagtekens bij het standaard één minuut naar de kant sturen van een behandelde speler. Volgens hem kan een scheidsrechter zelf beoordelen of er sprake is van een daadwerkelijke blessure of dat een speler probeert tijd te rekken.
En dan het strafbankje
Ook over de praktische uitvoering van de tijdstraf heeft de Reeshof-trainer zijn bedenkingen. Een speler die tien minuten tijdstraf krijgt, moet plaatsnemen op een daarvoor bestemde plek buiten de reguliere reservebank.
Van Wanrooy schetst daarbij een situatie die gedurende de wintermaanden zomaar werkelijkheid kan worden. „Beeld je eens in: het is vijf graden en het zeikt van de regen. Een speler krijgt geel en moet tien minuten op een stoeltje zitten, op afstand van de reservebank. Daarna mag hij weer het veld in, trekt een sprintje en pats: daar gaat zijn hamstring.”
Een extra dug-out plaatsen klinkt eenvoudig, maar volgens Van Wanrooy is dat voor veel amateurverenigingen niet realistisch. „Welke amateurclub in de tweede klasse of lager heeft zomaar extra geld liggen voor een strafbankje?”
Maak van iedere gele kaart vijf minuten
Van Wanrooy is niet per definitie tegen een tijdstraf. Hij pleit vooral voor regels die voor spelers, trainers én scheidsrechters eenvoudig uitvoerbaar zijn.
„Als je dan toch met tijdstraffen wilt werken, maak het simpel. Mijn advies zou zijn: iedere gele kaart betekent vijf minuten tijdstraf, ongeacht het soort overtreding. Laat een speler die een tijdstraf heeft daarnaast met een hesje aan in beweging blijven.”
Ook voor de andere nieuwe regels ziet hij mogelijkheden tot aanpassing. De verplichte minuut na een blessurebehandeling hoeft wat hem betreft niet standaard te worden toegepast en de vijf seconden bij een spelhervatting mogen er acht worden.
„Maak er acht seconden van, zoals eerder ook bij de keeper. En vraag jezelf als KNVB vooral af of je dit allemaal ook in de lagere klassen van het amateurvoetbal moet toepassen.”
Voor Reeshof gaat ondertussen de blik richting de competitie. De voorbereiding leverde goede momenten, verbeterpunten en voldoende wedstrijdritme op. Maar de zes wedstrijden zorgden bij Van Wanrooy ook voor een duidelijke conclusie over de nieuwe regelgeving: wanneer een regel door scheidsrechters, spelers en trainers verschillend kan worden geïnterpreteerd, dreigt het oorspronkelijke doel ervan uit beeld te verdwijnen.










