Soms dient het onderwerp voor een column zich vanzelf aan. Deze week gebeurde dat bij een amateurvereniging waar een penningmeester per direct zijn functie neerlegde. Niet stilletjes via de achterdeur, maar met een openbare verklaring waarin hij sprak over betalingen aan spelers, afspraken met een sponsor en beslissingen waarvan hij naar eigen zeggen niet op de hoogte was.
Het bestuur reageerde vervolgens eveneens openbaar. Verschillen van inzicht zouden mede aan het vertrek ten grondslag liggen, maar de club wil de verschillende standpunten niet via de website of sociale media tegenover elkaar zetten. Tijdens een komende Algemene Ledenvergadering moet er ruimte zijn voor vragen en uitleg.
En precies daar wordt deze actuele kwestie interessant. Niet vanwege de naam van de vereniging, want die doet er voor deze column eigenlijk niet toe. Dit had bij veel amateurclubs kunnen gebeuren.
Bestuurders die van mening verschillen, zijn er overal. Zeker binnen verenigingen, waar vrijwilligers vanuit betrokkenheid soms tientallen uren per week maken. Maar zodra een conflict gaat over geld, betalingen aan spelers en afspraken met sponsors, verandert de zaak. Dan gaat het niet alleen meer over een verschil van inzicht, maar over vertrouwen.
En juist daarom is openheid noodzakelijk.
Dat betekent niet dat bestuurders elkaar via Facebook of andere kanalen moeten bestrijden. Een publieke welles-nietesdiscussie kent alleen maar verliezers. Maar ‘de rust bewaren’ mag evenmin een argument worden om lastige vragen vooruit te schuiven.
Wanneer een penningmeester opstapt en daarbij zulke concrete redenen noemt, hebben leden recht op duidelijkheid. Niet via geruchten langs het veld of halve verhalen in de kantine, maar met feiten.
De Algemene Ledenvergadering is daarvoor de juiste plaats. Daar kunnen beide kanten hun verhaal vertellen en kunnen leden vragen stellen.
Want de vuile was hoeft niet op Facebook.
Maar onder het tapijt hoort hij evenmin.
Alex Bosch










