Een zaterdagmiddag op het sportpark. Kinderen langs de lijn, vrijwilligers achter de bar, een grensrechter met de vlag in zijn hand en twee elftallen die gewoon een wedstrijd willen spelen. Dat is amateurvoetbal. Of beter gezegd: dat zou amateurvoetbal moeten zijn.
Want steeds vaker gaat het niet alleen meer over de uitslag.
Scheldpartijen richting scheidsrechters, bedreigingen, vuurwerkincidenten, vernielingen en supporters die met elkaar op de vuist gaan. Problemen die jarenlang vooral zichtbaar waren rond het betaald voetbal lijken steeds nadrukkelijker op en rond amateurvelden voor te komen. Soms moet de politie eraan te pas komen. Soms wordt een wedstrijd gestaakt. Soms wordt een ploeg na een incident tijdelijk door de KNVB uit het programma gehaald.
De cijfers laten een stijging zien
Toch moeten we oppassen met het beeld dat geweld bij iedere amateurwedstrijd aan de orde van de dag is. In het seizoen 2025/’26 werden volgens de KNVB 834.553 wedstrijden gespeeld, tegenover 821.034 een seizoen eerder. Het aandeel zware tuchtzaken steeg daarbij wel van 0,129 procent naar 0,143 procent van alle gespeelde wedstrijden.
Onder een zware tuchtzaak verstaat de KNVB onder meer fysiek geweld waarbij een individu voor meer dan vier maanden wordt geschorst, of collectief wangedrag waarbij hoge boetes en puntenmindering worden opgelegd. Ondanks de lichte stijging benadrukt de voetbalbond dat ongeveer 99,8 procent van de wedstrijden sportief verloopt.
Dat laatste cijfer is belangrijk. Verreweg de meeste voetballers, trainers en supporters gaan ieder weekend naar het sportpark zonder problemen te veroorzaken. Maar dat neemt niet weg dat ernstige incidenten enorme gevolgen kunnen hebben voor spelers, scheidsrechters, vrijwilligers en verenigingen.
Het korte lontje
De gebeurtenissen van de afgelopen weken maken duidelijk hoe ver het kan gaan. Rond wedstrijden zijn er vechtpartijen geweest, bedreigingen geuit en moesten clubs maatregelen nemen tegen eigen supporters. Bij Kozakken Boys werd na de wedstrijd tegen Rijnsburgse Boys zelfs melding gemaakt van een bestuurslid dat met de dood werd bedreigd.
Een week later ontstonden opnieuw problemen rond Rijnsburgse Boys, ditmaal na de derby tegen Quick Boys. Volgens de politie raakte daarbij een agent gewond.
Het zijn incidenten die op zichzelf staan, maar tegelijkertijd een groter maatschappelijk probleem blootleggen: het korte lontje.
Een beslissing van de scheidsrechter die verkeerd valt. Een harde overtreding. Een opmerking vanaf de andere kant van het hek. Een provocatie tussen supporters. Soms lijkt er nog maar weinig nodig voordat voetbalemotie omslaat in agressie.
Natuurlijk moeten de KNVB, clubbesturen, gemeenten, politie en beveiligers hun verantwoordelijkheid nemen. Er moeten grenzen worden gesteld en wie daar bewust overheen gaat, moet de consequenties daarvan ondervinden.
Maar uiteindelijk begint het ook bij onszelf.
Een scheidsrechter die een fout maakt, verdient geen bedreiging. Een supporter van de tegenstander is geen vijand. Een verloren derby rechtvaardigt geen vechtpartij. Een hek hoeft niet gesloopt te worden omdat de uitslag tegenvalt. En vuurwerk naar mensen gooien heeft helemaal niets meer met clubliefde te maken.
Waar doen de vrijwilligers het nog voor?
Misschien vergeten we daarbij wel de belangrijkste groep binnen het amateurvoetbal: de vrijwilligers.
De man die op maandagavond nog even naar het sportpark rijdt omdat er iets gerepareerd moet worden. De vrijwilliger die de lijnen trekt. Degene die de kleedkamers schoonmaakt. De mensen achter de bar, in de bestuurskamer, bij de entree en rond het veld.
Zij besteden week na week uren van hun vrije tijd aan hun club.
En vervolgens kunnen diezelfde mensen na een ontspoorde zaterdag of zondag de schade gaan opnemen. Een kapot hek herstellen. Rommel opruimen. Overleggen met politie, gemeente of KNVB. Incidenten afhandelen waar ze helemaal niet voor naar een voetbalvereniging zijn gekomen.
Waar doen zij het dan nog voor?
Het amateurvoetbal bestaat bij de gratie van deze mensen. Zonder vrijwilligers geen kantine, geen jeugdwedstrijd, geen ontvangst van de tegenstander en uiteindelijk geen vereniging.
Voetbal moet voetbal blijven
Passie hoort bij voetbal. Rivaliteit ook. Een beetje plagen over en weer maakt een derby juist mooi. Emotie na een gemiste kans of een discutabele beslissing zal nooit verdwijnen en hoeft ook niet te verdwijnen.
Maar er is een duidelijke grens.
En die ligt ver vóór bedreigen, vechten, vernielen en het gooien van vuurwerk.
We kunnen steeds meer beveiligers inzetten. We kunnen hogere hekken plaatsen, uitsupporters weren en wedstrijden onder strengere voorwaarden laten spelen. Soms zullen die maatregelen noodzakelijk zijn.
Maar als dat uiteindelijk de normale gang van zaken wordt in het amateurvoetbal, hebben we met elkaar verloren.
Een sportpark moet een plek zijn waar ouders zonder zorgen met hun kinderen naartoe kunnen. Waar een scheidsrechter na negentig minuten veilig naar huis gaat. Waar een vrijwilliger trots kan zijn op zijn vereniging. En waar supporters na een verhitte derby beseffen dat er uiteindelijk maar één ding heeft plaatsgevonden:
Een voetbalwedstrijd.
Laten we ervoor zorgen dat het daar weer over gaat.










