Het is al jaren een doorn in het oog van veel traditionele clubs in de Keuken Kampioen Divisie: de beloftenteams. Niet zozeer dát ze deelnemen aan de competitie, maar vooral de vraag met welk elftal je ze treft. Want speel je eigenlijk wel tegen dezelfde tegenstander als de concurrent een paar dagen later?
Neem een maandagavond. Het eerste elftal van een club heeft zijn wedstrijd in de Eredivisie al achter de rug. Spelers die daar niet of nauwelijks aan bod kwamen, kunnen vervolgens minuten maken bij het Jong-team. Ineens staat een Keuken Kampioen Divisie-club tegenover talenten of selectiespelers met een aanzienlijke marktwaarde en ervaring op het hoogste niveau.
Een paar weken later treft een concurrent datzelfde Jong-team op vrijdagavond. Het eerste elftal moet zaterdag of zondag nog spelen. De spelers die tegen de hoofdmacht aanzitten, blijven daarom mogelijk buiten schot en het Jong-team bestaat veel meer uit spelers die daadwerkelijk tot de beloften- of jeugdselectie behoren.
Zelfde competitie. Zelfde tegenstander op papier. Maar is het sportief gezien ook dezelfde tegenstander?
Wie krijg je tegenover je?
Daar zit precies de frustratie. Natuurlijk wisselt iedere selectie gedurende een seizoen. Blessures, schorsingen, vorm en keuzes van een trainer horen bij voetbal. Geen enkele club speelt 38 wedstrijden met dezelfde elf spelers.
Maar bij Jong-elftallen speelt nog een andere factor: het programma van het eerste elftal kan mede bepalen hoe sterk de ploeg in de Keuken Kampioen Divisie voor de dag komt.
Dat kan voor vreemde situaties zorgen. De ene club krijgt een Jong-ploeg met meerdere spelers die dicht tegen het eerste elftal aanzitten. Een andere club treft enkele dagen vóór een belangrijke wedstrijd van de hoofdmacht een veel jongere samenstelling.
Voor clubs die iedere week punten moeten verzamelen met één eerste selectie voelt dat moeilijk uit te leggen.
Punten zijn voor iedereen evenveel waard
Het argument vóór de Jong-teams is bekend en begrijpelijk. Talentvolle voetballers hebben weerstand nodig. De stap van jeugdvoetbal naar het eerste elftal is groot en spelen tegen volwassen profvoetballers kan belangrijk zijn voor hun ontwikkeling.
Maar de Keuken Kampioen Divisie is tegelijkertijd geen opleidingscompetitie.
Er wordt gestreden om het kampioenschap, promotie, play-offs en periodetitels. Voor clubs hangen daar sportieve én financiële belangen aan. Drie punten tegen een Jong-team tellen aan het einde van het seizoen precies even zwaar als drie punten tegen iedere andere tegenstander.
Dan mag je ook verlangen dat de uitgangspositie voor alle clubs zo gelijkwaardig mogelijk is.
Maandag of vrijdag kan verschil maken
Daarom blijft vooral de planning wringen.
Een wedstrijd tegen een Jong-team op maandag ná een duel van het eerste kan een totaal andere opdracht zijn dan een wedstrijd op vrijdag vóórdat de hoofdmacht in actie komt.
Dat betekent niet dat een sterk Jong-team automatisch wint. Evenmin betekent een jonge opstelling dat de tegenstander eenvoudig te verslaan is. Talent kan juist onbevangen en uitstekend voetballen.
Het gaat om het principe.
Een competitie hoort zoveel mogelijk te draaien om wat clubs zelf presteren en zo min mogelijk om de toevalligheid van wanneer je een bepaalde tegenstander treft.
Misschien is daarom niet de vraag of Jong-teams in de Keuken Kampioen Divisie thuishoren. Die discussie wordt inmiddels al jaren gevoerd.
Een interessantere vraag is: wanneer is een Jong-team eigenlijk een Jong-team?
Als op maandag spelers uit de selectie van het eerste elftal minuten komen maken omdat ze in het weekend nauwelijks hebben gespeeld? Of op vrijdag, wanneer diezelfde spelers worden gespaard omdat ze misschien nodig zijn voor de hoofdmacht?
Zolang daar zulke grote verschillen tussen kunnen bestaan, zal de discussie blijven terugkeren.
Want voor de clubs die tegenover ze staan, zou het eigenlijk niet mogen uitmaken of de wedstrijd op maandag of vrijdag wordt gespeeld.
De tegenstander op het wedstrijdformulier zou niet afhankelijk moeten zijn van de agenda van het eerste elftal.









