Spelregelwijzigingen 2026/’27 – wat verandert er?
1. Snelle inworp en doelschop om tijdrekken te voorkomen
- Wordt een inworp niet binnen 5 seconden genomen nadat de bal beschikbaar is en de scheidsrechter zichtbaar is gaan aftellen? Is de inworp dan nog niet genomen, gaat de inworp naar de tegenstander.
- Hetzelfde geldt voor een doelschop: niet op tijd genomen betekent een hoekschop voor de tegenstander.
- De scheidsrechter bepaalt zelf wanneer hij begint met aftellen.
- De scheidsrechter hoeft niet te wachten totdat een speler de bal in bezit is om de aftelling van vijf seconden te starten. Het aftellen kan ook worden gestart als de speler opzettelijk vertraging veroorzaakt door:
de bal langzaam op te halen;
• een onjuiste positie in te nemen bij een inworp;
• de bal op een onjuiste positie te plaatsen bij een doelschop. - Als de herstart wordt toegewezen aan de tegenpartij, geldt een waarschuwing (gele kaart) alleen als de speler of een ploeggenoot vervolgens de hervatting door de tegenpartij bovenmatig vertraagt.
2. Binnen 10 seconden wisselen om tijdrekken te voorkomen
- Een speler die gewisseld wordt, moet binnen 10 seconden het veld af, behalve wanneer dit niet mogelijk is vanwege veiligheid of een blessure.
- Lukt dat niet? Dan mag de invaller nog niet het veld op. Hij mag pas invallen bij de eerstvolgende onderbreking en nadat één minuut is verstreken sinds de hervatting van het spel.
- Worden er meerdere spelers tegelijk gewisseld? Dan geldt de 10 seconden voor alle spelers samen, gerekend vanaf de laatste wissel.
3. Sieraden en accessoires
- Accessoires zoals een haarband of hoofddoek zijn toegestaan, mits zij veilig zijn en geen gevaar opleveren voor de speler of anderen.
- Sieraden (kettingen, ringen, oorbellen, bandjes) blijven verboden, ook al zijn ze afgedekt (bijv. met tape).
4. Blessures: verplicht van het veld
- Wordt een speler op het veld behandeld of onderzocht, of moet het spel daarvoor stilgelegd worden? Dan moet die speler van het veld af.
- Terugkeren mag pas nadat één minuut is verstreken sinds de hervatting van het spel.
- Uitzonderingen (mag wél op het veld blijven): de keeper, een botsing tussen spelers die direct verzorging nodig hebben, een ernstige blessure (hoofd, hart, verstikking e.d.), een speler die geblesseerd raakte door een overtreding waarvoor de tegenstander een kaart kreeg, of de nemer van een toegekende strafschop.
5. Strafschoppen
- Raakt de nemer de bal per ongeluk met beide voeten tegelijk, of stuit de bal na het schot per ongeluk terug van zijn eigen been?
- Bal gaat er alsnog in: strafschop wordt overgenomen.
- Tijdens de wedstrijd: bal gaat er niet in → indirecte vrije trap voor de verdedigende partij. Bij strafschoppenserie geldt de strafschop als gemist.
6. Voordeelregel
- Wordt een duidelijke scoringskans ontnomen door een overtreding, maar past de scheidsrechter voordeel toe en valt er alsnog een doelpunt? Dan vervalt de gele kaart voor het stoppen van een veelbelovende aanval of het ontnemen van een duidelijke scoringskans. Voor andere overtredingen (bijvoorbeeld ernstig of roekeloos spel) blijft een kaart mogelijk.
- Hands om een doelpunt te voorkomen (gelukt of niet) blijft in principe altijd geel, tenzij het bovenstaande voordeel-scenario van van toepassing is.










