Met de start van het districtsbekertoernooi krijgen amateurclubs te maken met verschillende nieuwe spelregels. Tijdrekken bij inworpen, doelschoppen en wissels wordt strenger aangepakt, terwijl ook regels rond blessures, strafschoppen en de voordeelregel veranderen. Voor standaardteams mannen geldt bovendien vanaf de eerste bekerronde een proef met tijdstraffen na bepaalde gele kaarten.
Voor veel amateurclubs begint dit weekend het officiële werk in het districtsbekertoernooi. Daarbij draait het niet alleen om de eerste resultaten van het seizoen. Spelers, trainers en scheidsrechters krijgen vanaf 2026/’27 ook te maken met verschillende aangepaste spelregels.
Een belangrijk deel van de wijzigingen is gericht op het tegengaan van tijdrekken. Daarnaast veranderen regels rond blessurebehandelingen, wissels en strafschoppen. In de districtsbekers voor standaardteams mannen komt daar een uitgebreidere proef met tijdstraffen bij.
Vijf seconden bij inworp en doelschop
Bij een inworp of doelschop kan de scheidsrechter zichtbaar vijf seconden gaan aftellen. De arbiter bepaalt zelf wanneer de countdown begint en hoeft niet te wachten totdat een speler de bal daadwerkelijk in bezit heeft.
Dat betekent dat ook kan worden afgeteld wanneer een speler bewust langzaam de bal ophaalt, bij een inworp een verkeerde positie inneemt of de bal voor een doelschop bewust niet op de juiste plaats legt.
Is een inworp na vijf seconden nog niet genomen, dan krijgt de tegenstander de inworp. Bij een doelschop volgt een hoekschop voor de tegenpartij.
Een gele kaart volgt daarbij niet automatisch. Die kan wel worden gegeven wanneer de speler of een ploeggenoot vervolgens ook de hervatting van de tegenstander bovenmatig vertraagt.
Wisselen binnen tien seconden
Ook bij wissels wordt de beschikbare tijd beperkt. Een speler die naar de kant wordt gehaald, moet binnen tien seconden via de kortste route het veld verlaten. Een blessure of de veiligheid kan daarop een uitzondering vormen.
Duurt het langer, dan mag de vervanger niet direct binnen de lijnen komen. De invaller moet minimaal één minuut wachten en mag vervolgens bij de eerstvolgende spelonderbreking het veld betreden.
Bij meerdere gelijktijdige wissels geldt de termijn van tien seconden voor alle spelers samen, gerekend vanaf de laatste wissel.
Minuut naar de kant na blessurebehandeling
Een speler voor wie het spel wordt stilgelegd om een blessure te onderzoeken of behandelen, moet daarna in principe het veld verlaten. Terugkeren is mogelijk nadat één minuut is verstreken sinds de hervatting.
Daarop bestaan verschillende uitzonderingen. Onder meer een keeper hoeft niet altijd naar de kant. Dat geldt ook bij bepaalde botsingen, ernstige blessures en wanneer een speler geblesseerd raakt door een overtreding waarvoor de tegenstander geel of rood krijgt. Ook de nemer van een toegekende strafschop valt onder de uitzonderingen.
Sieraden blijven verboden
Bij de uitrusting wordt onderscheid gemaakt tussen accessoires en sieraden. Een haarband of hoofddoek is toegestaan wanneer deze geen gevaar oplevert voor de speler of anderen.
Voor sieraden verandert dat niet. Kettingen, ringen, oorbellen en bandjes blijven verboden. Het afplakken van sieraden met bijvoorbeeld tape maakt daarop geen uitzondering.
Verandering bij strafschoppen
Ook voor een bijzondere situatie bij strafschoppen is de regelgeving aangepast. Wanneer de nemer de bal onbedoeld met beide voeten tegelijk raakt, of de bal na het schot per ongeluk opnieuw via het eigen been wordt geraakt, hangt de beslissing af van het resultaat.
Gaat de bal in het doel, dan wordt de strafschop opnieuw genomen. Wordt tijdens een wedstrijd niet gescoord, dan krijgt de verdedigende ploeg een indirecte vrije trap. Tijdens een strafschoppenserie wordt de poging in dat geval als gemist beschouwd.
Gele kaart kan vervallen na voordeel
De voordeelregel krijgt eveneens een aanpassing. Wanneer een duidelijke scoringskans door een overtreding wordt ontnomen, maar de scheidsrechter voordeel geeft en vervolgens alsnog een doelpunt valt, vervalt de gele kaart die zou worden gegeven voor het stoppen van een veelbelovende aanval of het ontnemen van die scoringskans.
Moet de overtreding om een andere reden met een kaart worden bestraft, bijvoorbeeld vanwege roekeloos of ernstig spel, dan blijft een sanctie mogelijk. Voor hands waarmee wordt geprobeerd een doelpunt te voorkomen gelden eveneens de daarvoor beschreven uitzonderingen.
Tien minuten tijdstraf in districtsbekertoernooi
Voor standaardteams mannen is er daarnaast een belangrijke wijziging in het districtsbekertoernooi. De proef waarbij bepaalde gele kaarten worden gekoppeld aan een tijdstraf van tien minuten, geldt in 2026/’27 vanaf de eerste ronde.
De afgelopen twee seizoenen werd deze maatregel pas vanaf de achtste finales toegepast. Nu kan een ploeg gedurende het volledige bekertoernooi tijdelijk met een speler minder komen te staan.
De tijdstraf kan worden opgelegd bij specifieke vormen van onsportief gedrag. Daaronder vallen onder meer protesteren tegen een beslissing, bewust hands maken, het ophouden van een spelhervatting, het wegtrappen of weggooien van de bal en een schwalbe.
Alleen spelers die daadwerkelijk deelnemen aan de wedstrijd kunnen de tijdstraf krijgen. De bestrafte speler moet tien minuten buiten de dug-out plaatsnemen op de daarvoor aangewezen plek. Gedurende die periode mag hij niet worden vervangen. Na afloop van de tijdstraf is wisselen weer mogelijk.
Daarmee krijgen amateurclubs vanaf de eerste officiële wedstrijden direct te maken met meerdere veranderingen die invloed kunnen hebben op het verloop van een wedstrijd.











