Willem II sluit de voorbereiding met een tevreden gevoel af. Trainer Jordy van der Minne zag zijn ploeg bij vlagen goed voetballen en wil in zowel de beker als de competitie resultaten boeken.
De lat ligt hoog bij de amateurs van Willem II. Hoewel trainer Jordy van der Minne tevreden terugkijkt op de voorbereiding, ziet hij voldoende punten die zijn ploeg verder moet aanscherpen. Met het bekertoernooi voor de deur verandert er aan de instelling weinig: iedere wedstrijd telt.
Van der Minne heeft vooral genoten van wat zijn ploeg voetballend liet zien. „Over het algemeen sluiten we de voorbereiding met een tevreden gevoel af. We willen nog veel dingen perfectioneren en op een aantal vlakken moeten we echt verbeteren, maar als staf hebben we zeker genoten van het voetbal.”
Tijdens de afgelopen weken kreeg de trainer ook een duidelijker beeld van de onderlinge verhoudingen binnen zijn selectie. „Het is één grote vriendengroep, maar de jongens kunnen ook spijkerhard voor elkaar zijn. Soms is dat goed en soms moeten we daarin wat meer de balans vinden.”
Beker is geen verlengstuk van voorbereiding
Nu de eerste bekerwedstrijd wacht, gaat de knop volgens Van der Minne niet ineens om. Ook in de oefenduels speelde het resultaat volgens hem al een rol.
„In onze benadering verandert er niets. Ook tijdens oefenwedstrijden doet het resultaat ertoe, maar vooral ook de weg ernaartoe. Natuurlijk is het afhankelijk van bijvoorbeeld hoe compleet je bent, maar wij benaderen alle wedstrijden hetzelfde.”
Dat betekent ook dat Willem II de beker serieus neemt. Van der Minne ziet het toernooi nadrukkelijk niet als een laatste serie oefenwedstrijden richting de competitie. „Beker en competitie zijn voor ons wedstrijden waarin we resultaat willen boeken. We gaan vol voor doorbekeren. In de beker geloof ik niet zo in het idee dat het vooral voorbereiding op de competitie is.”
‘Nooit tevreden en altijd meer willen’
Richting de competitiestart heeft Willem II te maken met enkele blessures en spelers die vanwege vakanties later aansluiten. Aan de doelstellingen verandert dat volgens de trainer niets.
„We zijn nog niet waar we zouden willen zijn. De jongens die later aansluiten, zullen zo snel mogelijk volle bak mee moeten kunnen. Maar als je mij in de winterstop vraagt waar we staan, zal ik waarschijnlijk ook zeggen dat het nog beter kan. De staf en de groep zijn nooit tevreden en willen altijd meer.”
Zijn conclusie richting de eerste officiële wedstrijden is dan ook duidelijk: „We staan er goed voor, maar het kan nog beter.”










