Niet iedere voetbalvereniging schrijft haar mooiste hoofdstukken met kampioenschappen en promoties. Soms ontstaat een nieuw verhaal juist nadat een club een flinke sportieve tik heeft gekregen. Dat lijkt precies de ontwikkeling die SAB de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt. De Bredase volksclub kende een periode van snelle opmars, beleefde daarna een harde terugval en lijkt de laatste jaren vooral bezig met iets wat misschien nog belangrijker is: het terugvinden van een stabiele basis.
Wie alleen naar de huidige klassering kijkt, ziet een club die al drie seizoenen in de vijfde klasse uitkomt. Maar wie verder terugkijkt, ontdekt een vereniging die in relatief korte tijd zowel de euforie van promoties als de teleurstelling van degradaties heeft meegemaakt.
Onder leiding van Rob Baljeu begon in het seizoen 2016-2017 een bijzonder hoofdstuk. SAB werd overtuigend kampioen van de vijfde klasse. Met achttien overwinningen in 22 wedstrijden, 95 doelpunten voor en slechts 14 tegen liet de ploeg weinig heel van de concurrentie. Voor een vereniging die al enkele jaren in de vijfde klasse actief was, voelde dat als de start van een nieuwe sportieve toekomst.
Die lijn werd een seizoen later doorgetrokken. Onder de nieuwe trainer Meindert Dijkstra eindigde SAB als derde in de vierde klasse. Via de nacompetitie werd alsnog promotie naar de derde klasse afgedwongen. In twee seizoenen tijd maakte de club daarmee een sprong van de vijfde naar de derde klasse. Het gaf de indruk dat SAB definitief de weg omhoog had gevonden.
Juist daardoor kwam de realitycheck misschien wel harder aan. Het niveauverschil met de derde klasse bleek aanzienlijk. In het seizoen 2018-2019 eindigde SAB onderaan en volgde directe degradatie. Halverwege dat seizoen vond bovendien een trainerswissel plaats, waarbij Meindert Dijkstra het stokje overnam van Marc de Weerd. De hoop op een ommekeer bleek echter tevergeefs.
Toch zakte de club niet direct verder weg. In de jaren daarna stabiliseerde SAB zich in de vierde klasse. Onder leiding van Meindert Dijkstra en later Martijn Malinka draaide de ploeg mee in de middenmoot. Vooral het door de coronapandemie afgebroken seizoen 2020-2021 gaf hoop. Na vier wedstrijden stond SAB op de tweede plaats met tien punten uit vier duels. Of de club daadwerkelijk had kunnen meedoen om promotie zal altijd een vraag blijven, maar het liet wel zien dat er opnieuw perspectief was.
Dat perspectief kreeg echter geen vervolg. In het seizoen 2022-2023 beleefde SAB één van de moeilijkste jaren uit de recente clubgeschiedenis. Met slechts twee overwinningen en tien punten degradeerde de ploeg naar de vijfde klasse. De cijfers spraken voor zich: 32 doelpunten voor, 85 tegen. Voor een vereniging die enkele jaren eerder nog in de derde klasse speelde, was dat een harde confrontatie.
Juist vanaf dat moment verandert het verhaal van SAB. Waar veel clubs na een dergelijke degradatie direct de ambitie uitspreken om koste wat kost terug te keren, lijkt SAB een andere weg te hebben gekozen. De afgelopen drie seizoenen eindigde de ploeg achtereenvolgens als vijfde, zesde en zevende in de vijfde klasse. Op het eerste gezicht lijken dat weinig spectaculaire resultaten. Toch vertellen ze misschien een ander verhaal.
Onder Martijn Malinka en sinds vorig seizoen Tonie Snoeren lijkt de club vooral te hebben gekozen voor rust. Geen grote uitspraken, geen jacht op snelle promoties, maar stap voor stap bouwen aan een stabiele selectie en een gezonde vereniging. Dat proces verloopt misschien minder zichtbaar dan een kampioenschap, maar is voor veel amateurclubs minstens zo belangrijk.
Misschien is dat wel de grootste les uit de recente geschiedenis van SAB. In het amateurvoetbal wordt succes vaak afgemeten aan promoties en kampioenschappen. Maar niet iedere vereniging bevindt zich in dezelfde fase van haar ontwikkeling. Soms is het belangrijker om eerst de fundering opnieuw op te bouwen dan om zo snel mogelijk een klasse hoger te spelen.
Voor SAB lijkt de komende periode daarom minder te draaien om de vraag wanneer de club terugkeert naar de vierde klasse, maar vooral hoe de vereniging opnieuw een stabiele basis creëert waarop langdurig kan worden voortgebouwd. De trainerswisselingen van de afgelopen jaren laten zien dat telkens is gezocht naar een nieuwe impuls, maar de echte uitdaging ligt waarschijnlijk in continuïteit.
Juist daarin schuilt misschien ook de kracht van deze Bredase volksclub.











