Met het nieuwe seizoen in aantocht kijkt Lars van Strien vol vertrouwen vooruit naar wat Raamsdonk te wachten staat. Na de degradatie van vorig seizoen is de ambitie duidelijk: zo snel mogelijk weer meedoen om de bovenste plaatsen. Tegelijkertijd beseft de speler dat de nieuwe competitie allesbehalve eenvoudig zal zijn.
De competitie-indeling stemde Van Strien direct positief. Vooral het grote aantal nieuwe tegenstanders spreekt hem aan. “We komen veel verenigingen tegen waar ik zelf nog nooit ben geweest of waar het alweer een aantal jaar geleden is dat we hebben gespeeld. Dat maakt het juist leuk, omdat je weer eens op andere sportparken komt.”
Hoewel de doelstelling helder is, verwacht Van Strien een zware strijd. “Na een degradatie hoop je natuurlijk zo snel mogelijk terug te keren. Daarom moeten we meedoen om de bovenste plekken. Dat wordt alleen niet makkelijk. Er zitten vier degradanten in de competitie en ook meerdere ploegen die vorig seizoen nog nacompetitie voor promotie speelden. Daarnaast zijn er voor ons ook een aantal onbekende tegenstanders. Uiteindelijk moeten we vooral naar onszelf kijken, leren van vorig seizoen en hopen dat we zo lang mogelijk bovenin meedraaien.”
Persoonlijk houdt Van Strien zijn doelen bewust eenvoudig. “Ik heb niet echt persoonlijke doelstellingen. Het belangrijkste is dat ik een heel seizoen fit kan blijven.”
Als het gaat om de wedstrijden waar hij het meest naar uitkijkt, noemt hij Dussen. “Er zitten dit seizoen niet echt derby’s voor ons in de competitie, maar tegen Dussen hebben we in de vierde en vijfde klasse vaker gespeeld. Dat zijn meestal leuke wedstrijden en daarom kijk ik daar wel naar uit.”
Volgens Van Strien ligt de grootste uitdaging echter niet bij de tegenstanders, maar bij Raamsdonk zelf. “We hebben een goede groep met een mooie mix van ervaren spelers en jonge talenten. Vorig seizoen moesten we ons vaak aanpassen aan de tegenstander, maar dit seizoen zullen we zelf vaker het initiatief moeten nemen. We hebben voldoende kwaliteit binnen de selectie. Het is aan ons om daarin te geloven en dat iedere zondag op het veld te laten zien.”










