De tweede klasse E krijgt komend seizoen een nieuw gezicht. Met acht Brabantse en zes Zeeuwse clubs, de invoering van het weekendvoetbal en meerdere wedstrijden op zaterdag wacht de clubs een interessante en onvoorspelbare competitie.
De tweede klasse E belooft komend seizoen een van de meest interessante competities van het amateurvoetbal te worden. Hoewel de overgang naar het weekendvoetbal door veel verenigingen al werd verwacht, zorgde de uiteindelijke indeling toch voor de nodige verrassingen. Met acht Brabantse en zes Zeeuwse clubs ontstaat een competitie waarin veel ploegen zich opnieuw moeten aanpassen aan nieuwe tegenstanders én een groter aantal wedstrijden op zaterdag.
Voor Cluzona was de indeling grotendeels zoals verwacht. Trainer John Taks hield al rekening met een Zeeuwse competitie. De club uit Wouw staat bovendien midden in een verjongingsproces, waarbij ervaren krachten plaatsmaken voor talent uit de eigen gelederen. Na de achtste plaats van vorig seizoen ligt de focus op de ontwikkeling van de jonge selectie.
Ook SC Gastel begint met een vernieuwde selectie aan het seizoen. Diverse ervaren spelers namen afscheid, terwijl een flinke groep jeugdige spelers de overstap naar het eerste elftal heeft gemaakt. De club zal moeten uitwijzen hoe snel deze nieuwe ploeg zich ontwikkelt.
Bij Groen Wit werd de nieuwe competitie-indeling met gemengde gevoelens ontvangen. Trainer Saadouni gaf eerder aan niet direct enthousiast te zijn over de nieuwe opzet. De ploeg eindigde vorig seizoen als derde, nadat het een jaar eerder promoveerde uit de derde klasse. Via de nacompetitie lonkte promotie opnieuw, maar daarin strandde Groen Wit in de halve finale.
JEKA geldt al jaren als een stabiele tweedeklasser. Na het vertrek van trainer Maikel Nijst begint de club aan een nieuw hoofdstuk onder leiding van Noël Sipkens, die vanuit de O19 doorstroomt naar het eerste elftal. De Bredase vereniging ziet bovendien volop perspectief dankzij de sterke doorstroming vanuit de jeugdopleiding.
Bij Madese Boys was de teleurstelling over de indeling groter. Binnen de club leeft weinig enthousiasme over het aantal wedstrijden dat op zaterdag wordt gespeeld. Toch kijkt trainer Dennis Marijnissen vooral naar de eigen ontwikkeling. Na een knappe negende plaats als promovendus wil de ploeg zich opnieuw handhaven, waarna halverwege het seizoen de ambities kunnen worden bijgesteld.
Moerse Boys komt juist met vertrouwen aan de start. Na enkele moeizamere jaren zette de club uit Klein Zundert vorig seizoen een duidelijke stap vooruit door kampioen te worden. Na het vertrek van Osman Erbas staat Joost Anthonissen, overgekomen van Wernhout, voor de taak om die positieve lijn voort te zetten.
Ook Prinsenland kijkt positief naar de nieuwe competitie. Trainer Danny Storelli sprak eerder van een mooie mix tussen zaterdag- en zondagclubs. De ploeg uit Dinteloord eindigde vorig seizoen als vijfde en greep net naast een plaats in de nacompetitie. De eerste doelstelling blijft een snelle handhaving, met ruimte om daarna eventueel omhoog te kijken.
TSC wist zich vorig seizoen dankzij een sterke eindsprint veilig te spelen. Binnen de club heerst het gevoel dat de selectie sterker is geworden, waardoor de verwachtingen voor komend seizoen voorzichtig hoger liggen dan een jaar geleden.
Naast de Brabantse clubs kent de competitie een sterke Zeeuwse inbreng. Arnemuiden en Luctor Heinkenszand eindigden vorig seizoen respectievelijk als achtste en zevende in de tweede klasse. Terneuzense Boys bereikte als nummer vier de nacompetitie, maar strandde daarin in de halve finale. Bruse Boys en FC Dauwendaele voegen zich als overtuigende kampioenen uit de derde klasse bij het gezelschap, terwijl SV Walcheren na een zesde plaats eveneens opnieuw van de partij is.
Met een mix van gevestigde tweedeklassers, ambitieuze promovendi en veel vernieuwde selecties lijkt de tweede klasse E vooraf moeilijk voorspelbaar. De invoering van het weekendvoetbal zorgt bovendien voor een nieuwe dynamiek, waardoor vrijwel iedere speelronde interessante affiches op het programma staan. Voor de Brabantse clubs wacht een seizoen waarin niet alleen de sportieve prestaties, maar ook de vele reizen richting Zeeland een belangrijk onderdeel van de competitie zullen vormen.











