BSC is de nacompetitie scherp begonnen. De Roosendalers versloegen DSE met 4-2 en plaatsten zich daarmee voor de finale van de nacompetitie. Toch was trainer Jeroen de Vlaming na afloop vooral opgelucht en bleef hij met beide benen op de grond staan.
“Het was een echte nacompetitiewedstrijd,” stelde De Vlaming. “Veel passie, veel strijd en op momenten ook goed voetbal. Maar uiteindelijk hebben we nog niets bereikt. Meer dan een goed gevoel houden we er niet aan over.”
BSC schoot uit de startblokken en liet vooral in de openingsfase zien dat het de teleurstelling van de laatste competitieweken van zich af wilde spelen. Binnen twintig minuten stond de ploeg al op een comfortabele 2-0 voorsprong dankzij twee treffers van Faris Ouaddaf.
“De reactie van de ploeg was goed,” vond De Vlaming. “Na het slechte einde van de competitie wilde ik een ander BSC zien. Dat hebben de jongens in de eerste fase van de wedstrijd laten zien. We hadden veel controle en speelden met overtuiging.”
Toch werd het duel niet zo eenvoudig als de openingsfase deed vermoeden. Na de aansluitingstreffer van DSE kwam er weer spanning in de wedstrijd en moest BSC alert blijven.
“Dat is eigenlijk het verhaal van ons seizoen,” keek De Vlaming terug. “We hadden de wedstrijd veel eerder op slot moeten gooien. In grote fases hadden we de controle, maar we maakten het onszelf onnodig lastig door niet eerder afstand te nemen.”
Na rust bleef het duel aantrekkelijk voor het publiek. Beide ploegen kregen kansen, maar BSC hield uiteindelijk het initiatief. Via opnieuw Faris Ouaddaf en Kaj Knobel werd de marge vergroot naar 4-1, waarna de overwinning eigenlijk niet meer in gevaar kwam.
“Het duurde wat langer dan gewenst voordat we definitief afstand namen,” gaf De Vlaming toe. “Daardoor bleef het nog even spannend, maar eerlijk gezegd heb ik nooit het gevoel gehad dat de overwinning echt in gevaar kwam.”
Waar de opluchting bij spelers en supporters groot was, richtte De Vlaming zijn blik vrijwel direct alweer op de volgende opdracht. Volgende week wacht immers de finale tegen De Raven, waarin handhaving op het spel staat.
“Dit was pas de eerste stap,” benadrukte hij. “Komende week wacht weer een totaal andere wedstrijd. Een finale op zich. We weten wat er op het spel staat en zullen opnieuw alles moeten geven.”
Toch neemt de trainer vertrouwen mee uit het duel met DSE. “De ploeg heeft laten zien dat ze er staat als het moet. Dat geeft vertrouwen. We zijn klaar voor die finale, dat is vandaag wel gebleken. Maar nu moeten we het volgende week ook afmaken.”










