Sprundel heeft zichzelf geen goede dienst bewezen in de strijd om de nacompetitieplaatsen. Op eigen veld bleef de ploeg steken op een doelpuntloos gelijkspel tegen WDS’19: 0-0.
Trainer Mark Monden was na afloop duidelijk in zijn analyse. “Ik kan en wil er kort over zijn: we waren collectief heel matig,” stelde hij eerlijk.
In een wedstrijd die lange tijd gelijk opging, slaagde Sprundel er nauwelijks in om echt gevaarlijk te worden. “We hebben slechts een paar kleine kansen gecreëerd en eigenlijk maar één honderd procent kans gehad,” aldus Monden. Aan de andere kant mocht Sprundel juist blij zijn dat het geen tegentreffers incasseerde. Mede door slordigheden van de thuisploeg kreeg WDS’19 meerdere grote mogelijkheden. “Door ons eigen toedoen kregen zij twee à drie enorme kansen waarbij ze vrij voor onze keeper kwamen,” gaf Monden toe.
Doelman Niels Foesenek groeide daardoor uit tot de grote man bij Sprundel. “Niels heeft zijn waarde voor ons weer eens bewezen,” zei Monden. “Hij heeft ons echt een punt gered vandaag.” Volgens de trainer ontbrak het vooral aan scherpte binnen zijn ploeg. “Dat was vandaag het grootste probleem,” vond hij. “We waren gewoon niet scherp genoeg in alles wat we deden.”
Door het puntenverlies maakt Sprundel het zichzelf lastig richting de nacompetitie. “We maken de strijd om de periode zo wel erg moeilijk,” aldus Monden. “Al blijven we natuurlijk ook afhankelijk van andere resultaten.”
Toch weet de trainer precies wat er volgende week gevraagd wordt van zijn ploeg. “De opdracht is simpel,” besloot hij. “We moeten superscherp zijn.”











