Voor Hadzic betekende het trainerschap bij Baardwijk meer dan alleen het leiden van een eerste elftal. “Als je ergens zelf hebt gevoetbald als jeugdspeler en later de kans krijgt om hoofdtrainer te worden, dan voelt dat heel speciaal. Het is veel meer dan alleen een elftal trainen,” vertelt hij. “Ik merkte gedurende het seizoen ook dat nederlagen me veel meer deden dan bij een andere club. Je wilt de mensen die dag en nacht voor Baardwijk klaarstaan niet teleurstellen.”
Na het succesvolle vorige seizoen waren de verwachtingen hooggespannen. Baardwijk eindigde toen als vierde en plaatste zich voor de nacompetitie om promotie. Ondanks de uitschakeling in de eerste ronde leefde het vertrouwen dat de ploeg opnieuw bovenin mee zou draaien. Volgens Hadzic had dat ook gemogen. “De groep bleef grotendeels bij elkaar en er kwamen nieuwe spelers bij. We hadden het echt veel beter moeten doen.”
Al tijdens de voorbereiding kreeg Baardwijk echter flinke tegenslagen te verwerken. Op de eerste training liepen Kevin Visser en Janick Coenen zware knieblessures op. Twee weken later scheurde ook Mike van den Heuvel zijn kruisband af. “Dat waren allemaal vaste basisspelers en bovendien verdedigers. Vanaf dag één moesten we al puzzelen in de achterhoede.”
Naast de personele problemen probeerde Hadzic ook een andere speelwijze te implementeren. “Wij wilden hoger druk zetten en meer vanuit voetbal oplossingen zoeken. De spelersgroep stond daar achter, maar op moeilijke momenten vielen ze vaak terug in het oude spel. Daardoor zaten we soms op twee gedachten en dat werkt niet.”
Tot aan de winterstop bleef Baardwijk desondanks meedoen in de subtop, al was de wisselvalligheid groot. Sterke optredens tegen ONI en Sparta’30 werden afgewisseld met teleurstellende wedstrijden tegen Jan van Arckel en SCO. Tijdens het trainingskamp in Spanje probeerde de staf samen met de spelersgroep nieuwe energie te vinden. “We hebben daar goed kunnen trainen en veel gesprekken gevoerd. Het was een geweldige tijd waarin we samen mooie herinneringen hebben gemaakt.”
Na de winterstop leek Baardwijk de weg omhoog weer gevonden te hebben met negen punten uit vier wedstrijden. Toch volgde daarna een vrije val. “De uitwedstrijd tegen ONI op 21 maart was eigenlijk het kantelpunt. Daarna viel het als een kaartenhuis in elkaar.” Uiteindelijk pakte Baardwijk pas op de laatste speeldag weer een punt, uitgerekend tegen SCO.
Hadzic blijft kritisch op zichzelf in zijn analyse. “Als trainer ga je nadenken: wat had ik anders kunnen doen, waar heb ik het laten liggen? Misschien lag de focus te veel op voetbal en te weinig op werklust. Alleen met goed voetbal red je het niet in de vierde klasse.” Ook miste hij volgens eigen zeggen een echte leider binnen de groep.
Toch weigert de trainer zijn spelers iets te verwijten. “Ik kan de groep niks kwalijk nemen. Ze hebben er op hun manier echt alles aan gedaan, maar het lukte gewoon niet. Iedereen binnen de groep is realistisch genoeg om te beseffen dat we er niet alles uitgehaald hebben.”
De blik gaat inmiddels alweer vooruit naar het nieuwe seizoen. “Aan ons de taak om een goede mix in de selectie te vinden en te laten zien wat we waard zijn. Wij als staf hebben er veel zin in. Nu eerst even uitrusten en daarna alles gereedmaken voor het nieuwe seizoen. Op 8 augustus gaan we weer van start.”











