Voor Rood Wit staat maandag een cruciale laatste competitiewedstrijd op het programma. De ploeg van trainer Rick Hoendervangers gaat op bezoek bij Dosko en weet dat er nog altijd van alles mogelijk is in de strijd om directe handhaving. Rood Wit staat momenteel één punt achter de veilige tiende plaats en moet in Bergen op Zoom winnen om kans te houden op het ontlopen van de nacompetitie.
Binnen de groep leeft dat besef enorm, al is omgaan met druk inmiddels niets nieuws meer voor de ploeg. “Het is eigenlijk een voordeel voor ons zo in de eindfase dat wij al vanaf ongeveer de speelrondes na carnaval met die druk te maken hebben gehad dat we elke wedstrijd in moeten gaan om te winnen,” vertelt Hoendervangers. “Dat verandert voor nu de benadering van de wedstrijd aanstaande maandag bij Dosko niet ten opzichte van de laatste periode.”
Volgens de trainer was de boodschap de afgelopen maanden telkens hetzelfde. “Alle voorgaande wedstrijden wisten we dat we resultaat moesten halen om aansluiting te houden. Nu is aanstaande maandag de boodschap duidelijk: wederom met elkaar er alles aan doen om de wedstrijd winnend af te sluiten. Dat leeft natuurlijk ontzettend binnen de groep.”
Rond carnaval leek directe handhaving nog ver weg voor Rood Wit, maar de ploeg wist zich knap terug te vechten. “Na de nederlaag tegen BSC hadden we er eigenlijk rekening mee gehouden dat rechtstreekse handhaving een lastig verhaal zou worden,” blikt Hoendervangers terug. “Dat we ons daarna twee keer toch terug hebben kunnen knokken in deze situatie en uiteindelijk maandag nog kans maken op handhaving, is erg knap van de groep. We beseffen dus goed dat we maandag vol voor die kans moeten gaan.”
Dat Rood Wit nog volop meedoet, heeft alles te maken met de sterke reeks van de afgelopen weken. De ploeg pakte zeven punten uit de laatste drie wedstrijden, maar volgens Hoendervangers begon die ommekeer al eerder. “Onze opleving is eigenlijk een maand of tweeënhalf geleden ingezet. In de eerste seizoenshelft hebben we te maken gehad met langere blessuregevallen en moesten we vier verschillende keepers gebruiken. Sinds carnaval zijn we eigenlijk wekelijks compleet geweest.”
Die stabiliteit zorgde volgens de trainer voor vertrouwen en vastigheid binnen het elftal. “We hebben de laatste negen wedstrijden zes keer de nul gehouden en maar twee keer verloren. Dat geeft natuurlijk veel vertrouwen in elkaar en dat zie je terug in het veld.” Daarnaast prijst hij vooral de strijdlust binnen zijn ploeg. “We knokken voor iedere meter met elkaar, waardoor het denk ik voor geen enkele tegenstander meer fijn is om tegen ons te spelen.”
Afgelopen zondag leek Rood Wit tegen Steen opnieuw een belangrijke stap te kunnen zetten, maar ontbrak het uiteindelijk aan een beetje geluk om de wedstrijd naar zich toe te trekken. Toch bleef die teleurstelling niet lang hangen binnen de groep. “Die teleurstelling hebben we dinsdag snel achter ons kunnen laten. We konden hierin niemand iets verwijten en hebben er tot het einde alles aan gedaan om nog een treffer te forceren.”
Tegelijkertijd bleef Rood Wit gecontroleerd spelen, wetende dat ook een punt richting maandag nog van waarde kon zijn. “We wilden geen onverantwoorde risico’s nemen, omdat we wisten dat minimaal een punt pakken ook belangrijk zou zijn richting maandag. Natuurlijk baalden we ervan dat we het initiatief niet konden pakken, maar de punten die we tekortkomen hebben we niet alleen afgelopen zondag tegen Steen verloren.”
Ondanks de spanning onderin wil Hoendervangers zich maandag niet bezighouden met andere velden. Concurrenten treffen elkaar elders, maar voor Rood Wit blijft de opdracht helder. “We focussen ons maandag gewoon lekker op onszelf. Wat er in Roosendaal ook gebeurt, voor ons verandert er niets. Wij moeten winnen, daar verandert de tussenstand bij BSC – HVV niets aan.”
De trainer weet bovendien dat de uitdaging in Bergen op Zoom groot genoeg zal zijn. “De wedstrijd winnen wordt voor ons al een lastige klus, dus daar moeten we vol onze energie in stoppen. Mocht dat lukken, dan zien we achteraf wel of we het gered hebben.”











