Voor Maik van den Kieboom voelde het afgelopen seizoen bij TSC in meerdere opzichten als een ontdekkingstocht. De trainer stapte pas tijdens de voorbereiding in als hoofdtrainer en begon daardoor eigenlijk met een blanco vel. Een selectie die hij nog nauwelijks kende, een club die de overstap maakte van zondag- naar zaterdagvoetbal én een competitie vol onbekende Zeeuwse tegenstanders. “Ik wist eerlijk gezegd totaal niet wat ik kon verwachten”, vertelt Van den Kieboom. “Dat maakte het aan de ene kant lastig, maar ook ontzettend leerzaam.”
Al snel merkte hij dat zijn jonge ploeg zich moest aanpassen aan een andere manier van voetballen. Waar TSC vanuit de jeugdopleiding gewend is om veel de bal te hebben en wedstrijden voetballend te domineren, kwam het team nu terecht in een competitie waarin strijd, duelkracht en effectiviteit minstens zo belangrijk waren. “We hebben daar echt moeite mee gehad”, blikt hij terug. “Op een paar wedstrijden na waren we vaak minimaal gelijkwaardig of zelfs beter aan de bal, maar dat betekent niet automatisch dat je ook wint.”
Juist daarin zat voor Van den Kieboom de grootste uitdaging van het seizoen. Niet alleen tactisch of technisch, maar vooral mentaal. “We kregen te maken met blessures, fysieke problemen en een aantal mentale tikken. Dan is het als trainer belangrijk om een groep bij elkaar te houden en spelers het geloof te laten behouden.” Dat lukte uiteindelijk. TSC zette in de slotfase van het seizoen een indrukwekkende eindsprint in, waarin dertien punten uit de laatste vijf wedstrijden werden gehaald. “Iedereen voelde op een gegeven moment dat we het gingen redden. Dat vertrouwen groeide met de week.”
Toch kwam dat besef niet vanzelf. Eén wedstrijd staat voor Van den Kieboom symbool voor het kantelpunt van het seizoen: de uitwedstrijd tegen Yerseke, gespeeld tijdens de intocht van Sinterklaas. “Die wedstrijd verloren we en dat was echt een moment van realisatie. Toen beseften we dat we niets gingen bereiken als we niet iedere week dezelfde strijd leverden als de tegenstander. Dat kwartje moest vallen.”
Volgens de trainer heeft zijn ploeg zich dan ook vooral op mentaal vlak ontwikkeld. “Binnen de jeugd van TSC win je veel wedstrijden doordat je beter voetbalt dan de tegenstander. Maar op dit niveau werkt dat niet altijd zo. Tegenstanders winnen duels, strijden voor iedere meter en slaan toe uit standaardsituaties of fouten van de tegenpartij. Die mindset hebben wij als groep dit seizoen echt geleerd.”
Ondanks de sportieve ups en downs kijkt Van den Kieboom met trots terug op meerdere ontwikkelingen binnen de selectie. Zo ziet hij twee spelers de overstap maken naar RKC Waalwijk, iets wat hij als bevestiging ziet van het opleidingsklimaat binnen TSC. Maar minstens zo belangrijk vindt hij de manier waarop spelers opstonden op moeilijke momenten. “En ik ben ook ontzettend trots op de staf. Onder lastige omstandigheden is het rustig gebleven en zijn we als één geheel blijven werken.”
Zelf heeft hij als trainer eveneens veel geleerd. Vooral op praktisch vlak, legt hij uit. “Hoe raak je een team? Hoe blijf je tijdens wedstrijden rustig en houd je overzicht? En bij een grote vereniging als TSC leer je ook hoe belangrijk het is om de club mee te nemen in het proces rondom de selectie.”
Met het oog op volgend seizoen klinkt er optimisme door in zijn woorden. Waar TSC dit jaar soms ervaring tekortkwam, moet dat komend seizoen anders worden. “We hebben daar bewust naar gekeken. De vaste kern blijft grotendeels intact, maar we willen wel gerichte versterkingen toevoegen. Tegelijkertijd moeten jeugdspelers de ruimte houden om door te stromen. Dat blijft voor TSC ontzettend belangrijk.”
Die doorstroming vanuit de jeugd ziet Van den Kieboom als één van de belangrijkste speerpunten voor de komende jaren. “De jeugd moet de stap richting de selectie gaan maken. Hoe sterker die opleiding is, hoe makkelijker je als club kunt bouwen aan een stabiele toekomst.”
De komende maanden staan voor de trainer in het teken van gesprekken voeren, voorbereiden op het nieuwe seizoen en bouwen aan de selectie. Maar daarnaast wil hij ook bewust tijd maken voor zijn gezin. Helemaal loslaten lukt hem echter niet. Hij lacht: “Nee, voetbal blijft altijd wel in je hoofd zitten. Maar het is vooral fijn dat er even geen verplichtingen zijn.”










