Oosterhout heeft in een spectaculair duel een punt overgehouden aan de uitwedstrijd tegen Meerkerk. De ploeg knokte zich knap terug van een 4-1 achterstand naar 4-4. Trainer Dennis de Bruijn zag zijn ploeg echter moeizaam beginnen. “Bij alle drie de doelpunten in het begin leden we op een zeer slordige manier balverlies op het middenveld,” gaf hij aan.
Binnen 25 minuten keek Oosterhout al tegen een 3-0 achterstand aan. “Dat was een gevolg van onze slordigheid,” aldus De Bruijn. Vlak voor rust bracht Nino Doelman de spanning terug met de 3-1, wat de ploeg weer hoop gaf. “Daarna zijn we meer risico gaan nemen door 1-3-4-3 te spelen.”
Die tactische wijziging leek effect te hebben. “De 3-2 hing in de lucht en mijn spits kreeg zelfs drie keer in één actie de kans om hem van dichtbij te maken,” vertelde de trainer. Toch viel het doelpunt opnieuw aan de andere kant: 4-1. “Toen leek het doek te vallen.”
Oosterhout gaf zich echter niet gewonnen en schakelde nog een tandje bij. “Vanaf de 80e minuut brachten we nog een extra aanvaller en gingen we 1-3-3-4 spelen,” zei De Bruijn. Die keuze pakte goed uit. “Invaller Bayram Akyon zorgde voor enorm veel dreiging vanaf de zijkanten.”
De comeback kreeg vorm met de 4-2 van Diae Abjij. “Dat was een wereldgoal, stijf in de kruising,” aldus De Bruijn. Daarna volgde snel de 4-3 via Ryan Snoeren en in blessuretijd viel de gelijkmaker. “Charles Arewa Junior maakte de 4-4 en toen kwam het geloof helemaal terug.”
Oosterhout kreeg zelfs nog bijna de winnende treffer. “Raff de Vetter had hem nog op zijn schoen, maar zijn schot ging net naast,” vertelde de trainer.
Ondanks het gemiste volle resultaat overheerste toch een positief gevoel. “Als je tien minuten voor tijd nog met 4-1 achterstaat, mag je tevreden zijn met een punt,” concludeerde De Bruijn. “De ploeg heeft veerkracht getoond en is blijven knokken.”













