Voor Bob Rijpert (30) uit Roosendaal draait dit seizoen niet alleen om voetbal, maar ook om een nieuw hoofdstuk buiten het veld. “Sinds januari zijn mijn vrouw en ik trotse ouders van onze zoon Ties,” vertelt hij. Toch blijft het voetbal een belangrijk onderdeel van zijn leven. In het dagelijks leven werkt hij op de financiële administratie van het familiebedrijf en daarnaast is hij bestuurslid jeugd bij RSC Alliance. “Samen met een hoop vrijwilligers en trainers proberen we zoveel mogelijk kinderen met plezier te laten voetballen.”
Dat voetbal diep geworteld zit, blijkt uit zijn hele loopbaan. “Mijn voetbalcarrière is eigenlijk vrij eentonig, want ik speel al mijn hele leven bij Alliance,” zegt hij. Op zijn zeventiende sloot hij aan bij de selectie en toen de club in 2018 overstapte naar het zaterdagvoetbal, ging hij gewoon mee. Een andere club kwam nooit serieus in beeld. “Mijn opa en mijn vader zijn allebei voorzitter geweest bij Alliance, dus de keuze was snel gemaakt. We waren vroeger hele weekenden op de club en ik heb het hier altijd enorm naar mijn zin gehad.” Als speler is Bob meestal te vinden op het verdedigende middenveld, al viel hij in het verleden ook weleens in als rechtsback of centraal achterin.

Hoogtepunten waren er zeker, met als grootste de promotie naar de derde klasse. “In de laatste fase van dat seizoen zaten we echt in een flow en voelden we ons bijna onoverwinnelijk.” Tegelijkertijd kent hij ook de andere kant van het voetbal. “Ik heb ooit mijn kruisband gescheurd en lag er een jaar uit,” vertelt hij. Toch wist hij er iets positiefs van te maken als elftalleider van het nieuwe Zaterdag 1-team. “Ondanks dat ik niet kon voetballen, heb ik een superleuk jaar gehad.” Dit seizoen lijkt er opnieuw iets moois in te zitten. “We wonnen afgelopen weekend van VVC en staan nu vijf punten voor met nog twee wedstrijden te gaan. Dat mogen we niet meer weggeven,” zegt hij vastberaden. De doelstelling is dan ook duidelijk: “Kampioen worden, het liefst tijdens de derby tegen DVO.”
Zoals veel voetballers heeft ook Bob zijn eigen rituelen. “Ik ben best bijgelovig, dus ik trek mijn kleding altijd in een vaste volgorde aan,” legt hij uit. Zijn bekendste gewoonte ontstond in het promotiejaar. “Ik nam toen elke wedstrijd een banaan mee voor mezelf en voor Aaron Dekkers. Dat is inmiddels een beetje uit de hand gelopen, want nu neem ik een hele tros mee,” lacht hij. “Als het zo doorgaat, neem ik straks een hele tas bananen mee.” Voor de wedstrijd kiest hij graag voor opzwepende muziek richting hardcore, terwijl het na afloop juist Nederlandstalig mag zijn. Over de humor in het voetbal blijft hij nuchter: “Door de jaren heen maak je genoeg mooie en grappige dingen mee, dat is juist een van de redenen waarom je blijft voetballen.” Zijn persoonlijke ambitie is tot slot helder en simpel: “Kampioen worden.”












