Jong Brabant heeft in de uitwedstrijd tegen Hilvaria in blessuretijd een punt veiliggesteld. In Hilvarenbeek eindigde het duel in 1-1. Trainer Boy van den Bogaard kon na afloop leven met dat resultaat. “De wedstrijd eindigde in 1-1 en ik denk dat wij daar uiteindelijk het meest blij mee zijn.”
De thuisploeg kwam al vroeg in de wedstrijd op voorsprong. In de achtste minuut zorgde Duncer Rasenberg voor de 1-0. Volgens Van den Bogaard begon zijn ploeg slordig aan de wedstrijd. “We waren niet echt thuis in de wedstrijd. Door een communicatiefout komen we dan ook op een 1-0 achterstand.”
Door die voorsprong kon Hilvaria wat meer achterover leunen. “Zij gaven goed druk naar voren en daardoor strandde het spel bij beide teams vaak in lange ballen en het spelen op de tweede bal,” aldus Van den Bogaard. “Dat is natuurlijk een stuk prettiger als je met 1-0 voor staat dan wanneer je op zoek moet naar de gelijkmaker.”
Hilvaria kreeg in de eerste helft nog enkele kansen om de voorsprong verder uit te bouwen. “Ze hebben nog mogelijkheden gehad om op 2-0 te komen,” gaf de trainer toe. Aan de andere kant kwam Jong Brabant na rust steeds beter in de wedstrijd. “In de tweede helft kregen wij ook steeds meer mogelijkheden om de 1-1 te maken.”
In de slotfase zette Jong Brabant alles op alles om alsnog een resultaat te halen. “Ik ben trots op de jongens en op de wissels die we hebben doorgevoerd. In de slotfase probeerden we echt alles om nog iets te forceren.”
Die inzet werd in blessuretijd beloond. In de 92e minuut schoot Job Dobbelsteen van afstand raak en bracht hij de stand op 1-1. “Als je dan in de 92e minuut door een mooie actie en een geweldig afstandsschot de gelijkmaker maakt, dan mogen wij daar heel tevreden mee zijn.”
Door het punt blijft Jong Brabant ook zijn sterke reeks voortzetten. “Hilvaria had natuurlijk graag onze ongeslagen reeks gestopt, maar wij hebben er gewoon weer eentje bijgeteld,” zei Van den Bogaard tevreden.
De trainer blijft echter nuchter over de prestaties van zijn ploeg. “Als promovendus ben je in eerste instantie al blij als je je weet te handhaven. Nu horen we om ons heen dat we misschien de doelstelling moeten bijstellen omdat we hoger staan, maar ik denk dat we vooral moeten genieten van hoe het nu gaat. Over zeven of acht wedstrijden zien we wel waar we eindigen.”
Na afloop werd de sportieve strijd op een mooie manier afgesloten. “Omdat het een avondwedstrijd was, hing er ook nog een feestavond aan vast. Hilvaria had dat allemaal prima geregeld, dus complimenten daarvoor.”
Volgens Van den Bogaard werd het daarna nog lang gezellig. “Om half twaalf stond er een huifkar klaar waar ongeveer zestig mensen in konden, die ons richting de stad bracht. Het mooie was dat spelers van Hilvaria en van ons door elkaar zaten. Op het veld bestrijd je elkaar, maar daarna ga je samen een mooie avond beleven.”










