Er zijn woorden die in het amateurvoetbal een bijna magische lading hebben. Proces. Draagvlak. En vooral: continuïteit. Zodra zo’n term opduikt in een officieel bericht, kun je de stopwatch erbij pakken. Meestal is de houdbaarheid korter dan die van een broodje bal uit de kantine.
Begin januari klonk het bij Wilhelmina’26 nog zo hoopvol. Na een grondige evaluatie werd trots gemeld dat de technische staf langer mocht blijven. Rust, stabiliteit, bouwen aan de toekomst, het hele jargon kwam voorbij. De club wilde een stabiele derdeklasser worden en had daar een plan voor. Keurig opgeschreven, netjes verpakt.
Een maand later lag dat plan al bij het oud papier.
Begin februari volgde bericht twee: samenwerking beëindigd, trainer weg. Chemie verdwenen, resultaten tegenvallend, einde verhaal. Continuïteit bleek opnieuw een buitengewoon rekbaar begrip.
Daarna kwamen de verklaringen, altijd het mooiste onderdeel van dit soort amateursoap. De trainer verloor het plezier, voelde steeds minder steun vanuit de selectie. Gesprekken met bestuur, technische commissie, crisisoverleg met de spelersgroep, en uiteindelijk de conclusie dat het zo niet verder kon.
Er was verschil van inzicht. Over opstellingen, over keuzes, over wie er moest spelen. De trainer vond dat simpelweg de beste spelers het veld in moesten. Dat bleek in de praktijk een verrassend controversieel standpunt. Zeker toen de punten uitbleven.
Blijkbaar is het idee dat een trainer zelf bepaalt wie hij opstelt nog steeds een revolutionaire gedachte op de Nederlandse amateurvelden. Als een ploeg onderin bungelt, wordt alles ineens persoonlijk. Dan verandert duidelijkheid in botheid, eerlijkheid in gebrek aan tact. Dan wil iedereen uitleg, liefst een uitleg die beter voelt dan de realiteit op het veld.
En wie niet genoeg meedoet aan het sociale leven in de kantine, heeft sowieso al een achterstand. In het amateurvoetbal weegt de derde helft vaak zwaarder dan de eerste twee. Uiteindelijk trok de trainer zelf de stekker eruit toen bleek dat het vertrouwen binnen de groep niet meer unaniem was. Einde avontuur. Het bestuur haalde de schouders op: als de prestaties tegenvallen, kan dit gebeuren. Vrij vertaald: continuïteit is leuk, maar punten zijn leuker.
En zo staat er weer een elftal zonder hoofdtrainer. Visie in januari, paniek in februari.
Het amateurvoetbal doet graag alsof het professioneel is, met beleidsplannen, evaluaties en mooie persberichten. Maar onder dat dunne laagje schuilt nog altijd dezelfde simpele werkelijkheid:
Opportunisme regeert, van eredivisie tot en met 5e klasse.
Continuïteit is prachtig.
Tot je een paar keer verliest.
Freek Plaisier











