Is het betalen van entree bij voetbalwedstrijden nog wel van deze tijd? Waar het vroeger gebruikelijk was om voor vrijwel iedere wedstrijd te betalen, is dat in het hedendaagse amateurvoetbal steeds minder vanzelfsprekend. Zeker nu bij veel verenigingen de bezoekersaantallen onder druk staan, wordt binnen clubs verschillend gedacht over het heffen van entree.
In het amateurvoetbal lopen de toegangskosten voor thuiswedstrijden sterk uiteen. Dat hangt samen met het speelniveau, de organisatie op wedstrijddagen en de doelgroep. In de hogere amateurdivisies wordt vaker entree gevraagd, terwijl op lagere niveaus regelmatig gekozen wordt voor vrije toegang of alleen betaling bij specifieke wedstrijden.
Bij verschillende Brabantse clubs liggen de prijzen voor volwassenen grofweg tussen de zes en acht euro, met gereduceerde tarieven voor jeugd en senioren. Zo bedraagt de entree bij Gemert zeven euro voor volwassenen en 3,50 euro voor kinderen tot en met 15 jaar en 65-plussers. Bij UDI’19 betalen volwassenen zes euro, terwijl jeugd en senioren drie euro entree betalen. Kozakken Boys hanteert een tarief van tien euro voor volwassen staanplaatsen en zeven euro voor jeugd en 65-plussers, met een extra toeslag voor een plaats op de tribune.
Bij RBC kost een standaardticket voor volwassenen 8,50 euro. Jeugd tot en met 17 jaar en bezoekers van 65 jaar en ouder betalen 4,50 euro. Deze tickets geven toegang tot de Zuid- en Oosttribune en een deel van de hoofdtribune. Voor zitplaatsen met toegang tot de businessclub geldt een tarief van 18,50 euro, waarvoor tickets uitsluitend vooraf online verkrijgbaar zijn. Parkeren bij het stadion is gratis. Tegelijkertijd zijn er ook clubs op dit niveau waar helemaal geen entree wordt geheven; bij vierde divisionist Unitas’30 zijn wedstrijden bijvoorbeeld vrij toegankelijk.
De opbrengsten van entreegelden worden door clubs doorgaans ingezet voor de organisatie van wedstrijddagen, het onderhoud van accommodaties en in sommige gevallen voor vervoer naar uitwedstrijden. Voor vaste bezoekers bieden veel verenigingen seizoenskaarten aan, waarmee alle thuiswedstrijden, inclusief eventuele nacompetitie, tegen een vast bedrag bezocht kunnen worden.
In België is het heel gebruikelijk dat zelfs bij jeugdwedstrijden entree wordt gevraagd. In Nederland is dat minder gangbaar, al blijft het onderwerp actueel. Ondanks de verschillen in prijs en beleid blijft het bezoeken van een amateurvoetbalwedstrijd voor veel supporters een vaste en herkenbare ervaring, ongeacht of daar een toegangskaartje tegenover staat.










