Ard Baaij, 22 jaar oud en spits van VCW Wagenberg, kijkt met gemengde maar overwegend positieve gevoelens terug op de eerste helft van het seizoen. De jonge aanvaller, groot fan van NAC Breda, moest in het begin even zoeken naar zijn plek binnen het elftal. “Persoonlijk was het een redelijk goede periode,” vertelt hij. “Ik heb op verschillende posities gespeeld en pas tegen het einde van de eerste seizoenshelft mijn vaste rol in de spits gevonden. Dat gaf me rust en vertrouwen.”
Voor het team verliep de start van het seizoen een stuk stroever. Als promovendus had VCW het in de beginfase lastig en werden er vooral tegen ploegen uit het rechterrijtje onnodig veel punten verspeeld. Toch werd er op tijd ingegrepen. “We hebben ons speelsysteem aangepast en ons in de laatste wedstrijden goed herpakt. Dat we nu, in februari, boven de streep staan, is iets waar we trots op mogen zijn.”
Met die positieve lijn is de ploeg na de winterstop vol vertrouwen aan de tweede seizoenshelft begonnen. Volgens Ard is er weinig veranderd aan de instelling: “We zijn gewoon doorgegaan waar we gebleven waren. We tonen veel strijd en staan verdedigend stabiel. Daardoor krijgen we weinig doelpunten tegen, en dat gaf ons ook meteen de basis om de eerste wedstrijd na de winterstop te winnen.”
Zelf heeft hij duidelijke doelen voor de komende maanden. Hij wil belangrijker worden voor het elftal met doelpunten en assists, maar plaatst het teambelang altijd voorop. “Natuurlijk wil ik persoonlijk presteren, maar het belangrijkste is dat we als team goed blijven draaien. Ik wil mijn steentje bijdragen door nog meer strijd te leveren en beslissend te zijn wanneer dat nodig is.”
Volgens de spits ligt de grootste kracht van VCW momenteel in de solide organisatie. “Achterin hebben we een erg goede keeper en een sterke verdediging. Daardoor incasseren we weinig tegendoelpunten. Op het middenveld hebben we veel power en voorin lopen snelle jongens die het verschil kunnen maken.” Die mix van stabiliteit en aanvallende dreiging vormt volgens hem de basis voor verdere successen.
Toch ziet Ard ook nog genoeg ruimte voor verbetering. “We moeten het aantal persoonlijke fouten verminderen. Ondanks onze stabiele basis gebeuren er nog te vaak dingen die direct tot tegengoals leiden, en dat heeft ons in de eerste seizoenshelft punten gekost.” Daarnaast mag de ploeg aanvallend nog scherper worden. “We maken het onszelf soms onnodig moeilijk door te weinig goals te maken. Wedstrijden eerder beslissen en ‘doodspelen’ is een belangrijk aandachtspunt.”
Als het gaat om de doelstellingen voor de rest van het seizoen, blijft hij realistisch maar ambitieus. Directe handhaving is het eerste doel, maar volgens Ard zit er misschien wel meer in. “Ik denk dat we zelfs richting de zesde plaats kunnen kijken. Dat zou een prachtig resultaat zijn voor een promovendus.”
Voor hem persoonlijk is het succes van het seizoen uiteindelijk eenvoudig te meten. “Als we direct handhaven, is het seizoen voor mij geslaagd. Dan kunnen we met z’n allen een mooi feestje vieren in de kantine en genieten van een lange zomerstop.” Zelf hoopt hij daar nog een belangrijke bijdrage aan te leveren. “Met nog een aantal doelpunten en assists wil ik helpen om dat doel te bereiken.”










