In de lagere klasse bestaat officieel geen winterse transferperiode. Die mogelijkheid is er wél in de tweede, derde en vierde divisie, waar met contractspelers wordt gewerkt. Daar horen tussentijdse mutaties bij het systeem. Op de lagere niveaus is dat bewust anders ingericht.
Toch blijkt dat sommige clubs in de winterstop ineens meerdere spelers aan hun selectie kunnen toevoegen. En daarmee wordt een gevoelig punt in het amateurvoetbal blootgelegd.
Want hoe leg je uit dat een elftal dat voor de winter met een smalle selectie kampte, na de hervatting ineens beschikt over extra ervaring, leiderschap en kwaliteit? Het mag binnen de letter van de regels passen, maar het botst met het gevoel van sportieve gelijkheid.
Het probleem zit niet bij de spelers, en ook niet bij de ambitie van clubs. Het probleem zit in het grijze gebied dat is ontstaan. Waar het reglement weinig toestaat, blijken er toch routes te bestaan. En sommige verenigingen weten die mazen feilloos te vinden.
Voor clubs die het hele seizoen met dezelfde groep werken, wringt dat. Zeker op een niveau waar inzet, vrijwilligerswerk en loyaliteit de basis vormen. Het amateurvoetbal hoort geen competitie te zijn van interpretaties en uitzonderingen.
Of er moet een echte winterse transferperiode komen voor iedereen, of helemaal geen. Maar zolang halverwege versterking mogelijk is voor wie de regels het handigst buigt, blijft één conclusie overeind: het speelveld is niet voor iedereen gelijk.
En dat zou in het amateurvoetbal nooit de bedoeling mogen zijn.
Freek Plaisier









