‘Dit interview met Merel Groenen werd afgenomen vóórdat het verhaal rondom Isa Kagenaar bij SCO naar buiten kwam. De actualiteit geeft het gesprek achteraf extra context en relevantie.’
Met haar officiële debuut in het mannenvoetbal heeft Merel Groenen een bijzonder hoofdstuk toegevoegd aan haar toch al rijke voetbalverhaal. De 32-jarige centrale middenvelder van vv Viola bewees dat grenzen in het voetbal steeds verder vervagen. Wat voor haar begon als een passie in de jeugd, leidde via clubs als VC Moldavo, Lierse SK en PSV uiteindelijk tot een moment dat symbool staat voor de ontwikkeling van het meiden- en vrouwenvoetbal.
“Als vrouw is dit echt heel bijzonder,” vertelt Groenen. “Jackie en ik hebben in onze jeugd meer dan eens te horen gekregen dat we niet in een eerste jeugdelftal mochten spelen, omdat dat ‘geen toekomst’ zou hebben voor de club. Dat je nu wél deze kans krijgt, laat zien hoe groot de stappen zijn die het meidenvoetbal heeft gezet.”
Het debuut kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Sinds vorig seizoen maakt Groenen al deel uit van de selectie van vv Viola. Wekelijks speelt ze haar wedstrijden in het tweede elftal, tussen de mannen. “Daar wordt eigenlijk altijd heel positief mee omgegaan,” zegt ze nuchter. “Dat maakte deze stap ook logisch.”
Toch was het moment zelf speciaal. Extra zenuwen had ze niet, ondanks de aandacht. “Je weet dat je onder een vergrootglas speelt. In een vrouwenteam val je op die manier natuurlijk nooit op. Maar door het vertrouwen vanuit de spelersgroep, de staf en de hele club voelde het vooral goed. De focus was duidelijk: drie punten mee naar Alphen nemen en met een lekker gevoel de winterstop in.”
Dat vertrouwen kwam niet alleen van de technische staf. Ook binnen de spelersgroep voelde Groenen zich direct thuis. “Geweldig, echt. Het is een hechte vriendengroep, maar ze hebben zich vanaf het eerste moment voor me opengesteld. Zowel op als naast het veld hoor ik er helemaal bij. Het selectieweekend was daarin echt een hoogtepunt.”
Volgens Groenen zit het grootste verschil tussen mannen- en vrouwenvoetbal vooral in het fysieke aspect, al speelt ook de speelstijl een grote rol. “Bij de mannen is alles directer. In het vrouwenvoetbal wordt de oplossing vaak meer gezocht in tactiek of techniek. Dat vraagt soms schakelen, maar dat maakt het ook leuk.”
Andere vrouwen die in de regio tussen de mannen spelen, kent ze niet. “Maar dat komt ook doordat ik lange tijd in België heb gespeeld,” legt ze uit. Daar beleefde ze meteen ook een van haar grootste hoogtepunten: het winnen van de Beker van België met Lierse SK.
Voor dit seizoen zijn haar ambities helder. “Ik wil zoveel mogelijk voetballen en maximaal bijdragen aan de selectie, zowel bij het eerste als het tweede. Met het eerste willen we een stabiel jaar draaien in de vierde klasse en met het tweede zo lang mogelijk ongeslagen blijven in de derde klasse. De toekomst bekijk ik per seizoen, maar de kans is groot dat ik nog een jaar doorga.”
En dat debuutmoment zelf? Daar heeft ze toch nog één kleine ‘wat als’. Lachend: “Ik had mijn schot graag in de kruising zien verdwijnen in plaats van er net overheen. Dan was het echt een ongekend debuut geweest. Maar bovenal wil ik de club, de staf en de spelers bedanken voor het vertrouwen, en natuurlijk voor de gezelligheid.”
De actualiteit rondom vrouwen in het mannenvoetbal laat zien hoe belangrijk dit onderwerp is en blijft. Daarom gaan we hier komende week dieper op in tijdens onze podcast, waarin we met beide dames uitgebreid in gesprek gaan over hun ervaringen, verschillen en de toekomst van gemengd voetbal.










