In het eerste bedrijf hielden beide ploegen elkaar in een gesloten wedstrijd in balans. “De eerste helft ging gelijk op en creëerden beide ploegen een paar mogelijkheden maar geen grote kansen,” zei trainer Dennis de Bruijn. Er was weinig ruimte, weinig versnelling en weinig dreiging in de zestien. VVAC zocht vooral snel de lange bal zodra er balverovering was, vooral richting hun sterke spits, maar Oosterhout hield dat goed onder controle. “VVAC speelde op counter en speelde na balverovering snel diep richting hun fysiek sterke spits maar echt gevaarlijk werden ze niet.”
Na rust werd het spelbeeld duidelijker. Oosterhout ging nadrukkelijk op zoek naar een treffer en het duel speelde zich bijna uitsluitend af op de helft van de thuisclub. “De tweede helft speelde vooral af op de helft van VVAC. Wij hadden de bal maar ook nu kwam het niet verder dan mogelijkheden in plaats van grote kansen.”

De grootste kans op een doorbraak leek te liggen rond een moment in het strafschopgebied, waar Oosterhout zelf vond dat er ingegrepen had moeten worden. “We hadden denk ik een strafschop kunnen/moeten krijgen.” Maar het fluitsignaal bleef uit, de rebound vloog hoog over en de stand bleef zoals die was.
De Bruijn erkende dat het gevoel na afloop tweezijdig was. “Het voelt als twee verliespunten maar als ik realistisch ben is een gelijkspel een terechte afspiegeling van de wedstrijd.” Toch bewaart hij ook nuchterheid. “Als je niet kunt winnen moet je zorgen dat je niet verliest en dat hebben we gedaan.”










