Naam: Werner Cools
Leeftijd: 51 jaar
Club: Hilvaria
Functie: Hoofdtrainer
Favoriete club: Willem II
Idool (trainer/speler): Frans Cools (vader, trainer bij o.a. TSC, SARTO, RKTVV, ALTENA), Dennis Bergkamp
1. Hoe zou je jouw manier van trainen en coachen omschrijven?
Trainer zijn omvat verschillende competenties: je bent trainer, coach, organisator, tacticus, teambuilder, enzovoort. Ik probeer op al die vlakken mijn steentje bij te dragen om spelers individueel en het team als geheel verder te brengen. Ik sta graag op de juiste momenten boven de groep, maar nog liever tussen de jongens om samen de doelstellingen te behalen. Ik zoek altijd een goede balans tussen prestatie en plezier. Spelers moeten graag komen trainen en met een voldaan gevoel naar huis gaan. Communicatie met spelers en staf vind ik daarbij erg belangrijk.
2. Wat was tot nu toe je mooiste moment als trainer?
Gelukkig zijn dat er meerdere. In mijn eerste periode als trainer bij Sarto pakten we twee keer een periodetitel in de 2e klasse. De eerste thuis tegen Rijen (3-3) en de tweede uit bij Cluzona (1-2).
Daarnaast kijk ik met veel plezier terug op mijn periode bij VOAB: de chemie in die groep was ongeëvenaard. We werden kampioen in de 2e klasse en handhaafden ons het jaar erna ondanks de verzwaarde degradatieregeling.
Ook het werken bij Hilvaria met een jonge, leergierige groep vind ik fantastisch. Afgelopen seizoen waren we moeilijk te kloppen en wonnen we bijvoorbeeld van topploegen als Bavel en Madese Boys.
3. Wat zijn de belangrijkste kwaliteiten die jij van een speler verwacht?
Het begint allemaal met intrinsieke motivatie: wat wil je ervoor doen om op zondag te kunnen pieken? Iedere positie in het veld vraagt andere kwaliteiten, maar inzet en wil om beter te worden staan altijd voorop. Ik kan genieten van specifieke kwaliteiten: de wreeftrap van onze keeper Stan Damen, de coachende rol van Gijs Toemen (Sarto) of het gevoel voor diepgang van Stijn van Laarhoven (VOAB).
4. Tegen welke tegenstander of club speel jij het liefst – en waarom?
Ik vind het altijd leuk om terug te keren bij clubs waar ik zelf heb gevoetbald of trainer ben geweest, zoals Sarto en VOAB. Helaas spelen die momenteel nog één of twee klassen hoger, dus dat is vooral voor beker- of oefenwedstrijden. Verder speel ik graag tegen clubs uit de Reeshof, omdat daar veel vrienden, familie en bekenden rondlopen.
5. Welke wedstrijd van dit seizoen kijk jij het meest naar uit?
De wedstrijden tegen SV Reeshof. Mijn goede vriend Victor Nuijten maakt daar deel uit van de technische staf en met hem kan ik eindeloos over voetbal praten.
6. Wat is je doelstelling voor dit seizoen met Hilvaria?
We willen graag in de top 6 eindigen en meedoen om een plek in de nacompetitie.
7. Hoe ziet een wedstrijddag er voor jou uit – van voorbereiding tot laatste fluitsignaal?
Bij een thuiswedstrijd rij ik rond 11:15 richting Hilvarenbeek. Ik kijk graag eerst een groot deel van Hilvaria 2. Tijdens de rust en het begin van de tweede helft ga ik naar de bespreekruimte om de wedstrijdbespreking voor te bereiden.
Riaz Baelemans (mijn assistent) regelt veel randzaken, waardoor ik rustig kan focussen op het plan, dat we meestal al op donderdagavond hebben besproken. Om 13:15 komen de spelers binnen voor de bespreking. Daarna zetten we samen de warming-up uit en leiden we die. Tijdens de wedstrijd en in de rust coachen we waar nodig.
Het mooiste moment? Als we drie punten pakken: biertje in de kleedkamer, muziekje aan en de overwinning vieren. Zoals ik vaak zeg: Winnen went nooit.
8. Welke trainer inspireert jou het meest en waarom?
Mijn vader, Frans Cools. Hij was jarenlang trainer op hoog amateurniveau bij o.a. Jong Brabant, TSC, RKTVV, SARTO, TAXANDRIA en ALTENA. Als kleine jongen ging ik vaak met hem mee naar trainingen en wedstrijden. Zijn manier van omgaan met spelers, vrijwilligers, bestuur en supporters heeft me gevormd. Helaas gaat het nu niet meer zo goed met hem; hij heeft Alzheimer.
9. Aanvallend voetbal of de ‘nul houden’?
Hoewel ik zelf altijd aanvallend ingesteld was als speler, kan ik enorm genieten van een zwaar bevochten 1-0 overwinning.
10. Kunstgras of natuurgras?
Een goed natuurgrasveld gaat voor mij boven alles.
11. Favoriete oefenvorm op de training?
Positiespel 7 tegen 7 met twee neutrale spelers, waarbij je na een aantal keer balbezit op verschillende manieren kunt scoren. Spelers trainen zo positiespel én leren keuzes maken: wanneer neem je risico en wanneer niet.
Daarnaast vind ik warming-up spelletjes leuk, vaak geïnspireerd door mijn lessen lichamelijke opvoeding, zoals estafettes.
Maar uiteindelijk gaat er voor mij niets boven een partijspel op grote doelen (32 meter uit elkaar), met een puntensysteem en een maandprijs. Op dit moment is Jannes van Trier bij ons de koning van de training.
12. Hoe ziet jouw ideale derde helft eruit?
Eerst drie punten pakken. Daarna zoek ik in de kantine mijn familie op, mijn ouders en schoonouders volgen mij al zo’n 30 jaar, zowel als speler als trainer. Daarna sluit ik graag snel aan bij de spelers en staf. Als er echt iets te vieren valt, eindigen we nog weleens in de stad met het team.
13. Wie is de grootste sfeermaker in jullie selectie?
De sfeer binnen de selectie is top. Veel spelers zijn vrienden van elkaar. Ik moet vooral vaak lachen om Stan Damen; wat hij soms zegt, zou je zo op een tegeltje kunnen zetten.
14. Stel: je mag één speler uit het betaalde voetbal lenen voor een seizoen. Wie kies je?
Ik kies geen prof, maar zou dolgraag nog één seizoen hebben gewerkt met oud-VOAB-aanvoerder Casper van Beers. Een fantastische aanvoerder en een geweldig mens.
15. Wat is jouw ultieme droom als trainer binnen het amateurvoetbal (of daarbuiten)?
Het zou geweldig zijn om ooit samen met mijn drie maten, Victor Nuijten (assistent/fysio), Sander Vermeulen (spitsentrainer) en Boris Vesters (teammanager), Willem II terug naar de Eredivisie te loodsen. Maar realistisch gezien zal dat er waarschijnlijk niet meer inzitten.











Mooi mens. Ik gun hem het allerbeste. Alleen tegen ons mag ie de puntjes inleveren hopelijk.