Naam: Henri van den Braak
Leeftijd: 63 jaar
Club: VV Vessem
Functie: Hoofdtrainer
Favoriete club: Ajax
Idool (trainer/speler): Johan Cruijff, in beide gevallen
Hoe zou je jouw manier van trainen en coachen omschrijven?
Ik ben een fanatieke trainer die het maximale uit zijn spelers wil halen. Veeleisend, maar ook in voor een dolletje. In mijn beginjaren was ik als coach wat onstuimiger, maar met de jaren ben ik rustiger geworden – al ben ik niet minder fanatiek. Ik train vrijwel altijd met de bal, maar zorg er wel voor dat we conditioneel fit zijn. Ik hou van aanvallend voetbal, maar ik besef ook dat je soms tegen betere ploegen speelt en minder aan de bal komt dan je zou willen. Toch kun je ook dan met de juiste instelling en tactiek resultaat behalen.
Wat was tot nu toe je mooiste moment als trainer?
Zonder twijfel de successen bij Beerse Boys. We promoveerden van de vierde naar de eerste klasse, een geweldige periode. Vooral het tweeluik met Best Vooruit was bijzonder. We wisten die confrontatie in ons voordeel te beslissen en dat leverde promotie op.
Wat zijn de belangrijkste kwaliteiten die jij van een speler verwacht?
Mentaliteit is voor mij de belangrijkste kwaliteit. Kwalitatief mindere spelers kunnen van onschatbare waarde zijn voor het team. Iedereen draagt op zijn eigen manier bij: de een door te scoren, de ander door zich op te offeren of tactisch slim te spelen en balans te brengen. Uiteindelijk draait het om het collectief.
Tegen welke tegenstander of club speel jij het liefst, en waarom?
Ik vind het bijzonder dat we dit jaar met Vessem spelen tegen twee clubs waar ik met veel plezier heb gewerkt: DVG en Beerse Boys. Ik heb daar nog steeds contact met spelers, bestuursleden en vrijwilligers. Dat warme, persoonlijke aspect is precies wat het amateurvoetbal zo mooi maakt.
Welke wedstrijd van dit seizoen kijk jij het meest naar uit?
De wedstrijden tegen DVG en Beerse Boys. Die zijn voor mij allebei speciaal.
Wat is je doelstelling voor dit seizoen met VV Vessem?
Ik ben niet iemand die graag in een underdogrol kruipt, maar als we ons dit seizoen weten te handhaven, hebben we het maximale eruit gehaald. De groep is niet groot, dus kwantitatief zitten we krap. Met zeven punten uit drie wedstrijden is de start uitstekend en dat is een groot compliment aan de jongens.

Hoe ziet een wedstrijddag er voor jou uit, van voorbereiding tot laatste fluitsignaal?
Ik ben altijd vroeg op de club. Eerst een bakje koffie, dan de opstelling doornemen met Gerwin en de bespreking voorbereiden. Meestal kijk ik nog even naar het tweede elftal. Voor en na de wedstrijd ben ik bij thuiswedstrijden altijd in de bestuurskamer om wat bij te praten met de tegenstander en de scheidsrechter. Na afloop drinken we gezellig een biertje, al houd ik het rustig als ik moet rijden. Verantwoordelijkheid hoort er ook bij.
Welke trainer inspireert jou het meest en waarom?
Johan Cruijff blijft mijn grote idool. Ik ben van 1962, dus ik heb zijn gloriejaren bewust meegemaakt. Als speler was hij geniaal: techniek, snelheid, spelinzicht en een ongelofelijke winnaarsmentaliteit. Hij nam zijn ploeg bij de hand en zette de lijnen uit. Als trainer bleef hij trouw aan zijn visie en koos hij altijd voor de aanval. Zijn uitspraken blijven tijdloos.
“Voetbal is simpel, maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen.”
“Als je niet kan winnen, moet je ervoor zorgen dat je niet verliest.”
“Je moet schieten, anders kun je niet scoren.”
Daar voeg ik zelf graag aan toe: tien procent minder hard schieten en zorgen dat de bal op doel is.
Aanvallend voetbal of de nul houden?
Ik ga altijd voor aanvallend voetbal. Wedstrijden zijn er om te winnen. Natuurlijk word je soms teruggedrongen, maar dat hoort bij het spel en de kwaliteit van de tegenstander.
Kunstgras of natuurgras?
Ik heb altijd op natuurgras gespeeld en dat blijft voor mij de voorkeur houden.
Favoriete oefenvorm op de training?
Intensieve partijvormen op het scherpst van de snede. Daar komt alles samen: conditie, strijd, techniek en teamgevoel.
Hoe ziet jouw ideale derde helft eruit?
Na een overwinning eerst een biertje op het veld of in de kleedkamer, daarna een paar pilsjes in de bestuurskamer en vervolgens nog even bijpraten met ouders, supporters en vrijwilligers in de kantine – met een heerlijk glaasje gerstenat natuurlijk.
Wie is de grootste sfeermaker in jullie selectie?
Pieter van Rooij. Hij heeft graag het laatste woord, weet het vaak beter en zorgt met zijn opmerkingen regelmatig voor een lach in de groep.
Stel: je mag één speler uit het betaalde voetbal lenen voor een seizoen. Wie kies je?
Søren Lerby. Ik zag hem als zeventienjarige debuteren bij Ajax en zijn ontwikkeling was indrukwekkend. Hij werd een leider die kon voetballen, uitdelen en incasseren. Zijn afgezakte sokken en genadeloze mentaliteit maakten hem iconisch. Een echte strijder met klasse.
Wat is jouw ultieme droom als trainer binnen het amateurvoetbal (of daarbuiten)?
Ik heb geen ultieme droom meer. Na een prachtig seizoen met Vessem, waarin we op één doelpunt na geen direct kampioenschap haalden maar wél promoveerden, heb ik een geweldig feest meegemaakt. Of dat mijn laatste grote succes was? De toekomst zal het leren.









