Afgelopen weekend stond keeper Peter de Koning voor de tweede maal achter elkaar in het doel bij Rood Wit. De 41-jarige keeper met jarenlange ervaring speelde eerder bij FC de Geeren, Advendo, Boeimeer, VV Oosterhout, SCO/Tofs, S.V. SAB Breda en NAC Breda.
De Koning stond in de bekerwedstrijd tegen Kruisland voor het eerst onder de lat.
“Was wel weer wennen uiteraard. Ik had graag in een andere wedstrijd m’n rentree gemaakt, dan tegen Kruisland,” vertelt De Koning met een lach over zijn terugkeer.
Tegen Moerse Boys ging het helaas in de slotfase mis. “Ik was uiteindelijk blij dat ik gewoon kon spelen, ondanks dat ik tijdens de warming-up verkeerd terechtkwam op mijn schouder. Ik vond persoonlijk dat het niet verkeerd ging. Ik had misschien tijdens de opbouw iets meer rust kunnen nemen. Laten we zeggen dat het aan het wedstrijdritme ligt.”
Door de blessures van Andy Steging en Mitchell Coppens kreeg De Koning ineens weer een hoofdrol. “Op zondagochtend heb ik de ideale voorbereiding. Ik geef elke zondagochtend keeperstraining bij de keepersschool van Karel de Wit in Roosendaal. Ik moet wel zorgen dat ik een goede warming-up pak voor de wedstrijd. Ben natuurlijk al wat ouder dan de rest (41), zodat de spiertjes wat soepeler worden.”
De keeper traint één keer per week en had voorafgaand aan deze wedstrijden drie weken niet getraind. “Klopt inderdaad dat ik drie weken niet getraind heb. Wij wonen sinds april ook in Sint Willebrord en zitten nog in een verbouwing, daardoor miste ik wat trainingen en vanwege werk. Op zich mag ik fysiek niet klagen buiten m’n heupjes om. Die zijn wel wat gevoeliger geworden, een beetje ouderdomskwaaltjes,”
Wat hij de komende weken en maanden wil bijdragen? “Ik wil Rood Wit helpen waar ik kan. Dat is de grootste reden dat ik naar Rood Wit ben gegaan. Je ziet het nu wel met de keepers. Ik wist dat de kans aanwezig zou zijn dat ik niet zou spelen, maar hoe vaak komt het voor dat beide keepers niet kunnen spelen. Denk dat Rood Wit ook wel blij is met deze oplossing. Zodra er één keeper weer fit is, maak ik weer plaats. Dat hoort uiteraard bij mijn rol. Mijn tijd is wel voorbij om de strijd aan te gaan met de concurrentie. Die intentie heb ik ook niet meer. Ik zal beide keepers ondersteunen waar ik kan.”











