GDC heeft zaterdag drie belangrijke punten gepakt in eigen huis tegen RFC. Na een sterke eerste helft leek er geen vuiltje aan de lucht voor de ploeg van trainer Maarten de Bruijne, maar na rust kwam RFC verrassend terug tot 2-2. In een spannende slotfase besliste Maik Kemmeren alsnog de wedstrijd in GDC’s voordeel: 3-2.
Het duel begon voortvarend voor de thuisploeg. GDC speelde een overtuigend eerste half uur en zette RFC meteen onder druk. Dat resulteerde in doelpunten van Jamian Mauricia, die op fraaie wijze de score opende, en Menno Schouten, die na zeventien minuten de marge verdubbelde. “Voor rust hadden we eigenlijk al de derde moeten maken,” vond De Bruijne. “Dan maak je het jezelf een stuk makkelijker.”
Toch kantelde het duel na rust. “We vergaten te voetballen,” analyseerde De Bruijne. “Het is iets wat we vaker zien. Na twee seizoenen vechten tegen degradatie is het vertrouwen nog broos. Bij een voorsprong slaat de angst toe. We denken dan vooral aan wat er mis kan gaan, in plaats van het spel naar ons toe te trekken.”
RFC profiteerde optimaal van de terughoudendheid bij GDC. Via Timo Kerstens en Koen Verhagen kwamen de bezoekers langszij. De gelijkmaker bracht spanning én urgentie terug in de ploeg uit Eethen. “Toen pas zagen we weer het geloof en de overtuiging,” aldus De Bruijne. “We konden ons herpakken en gingen opnieuw op zoek naar de winst.”
In de slotfase trok GDC alsnog aan het langste eind. Het was Maik Kemmeren die met zijn treffer in de 83e minuut de ban brak en de verdiende drie punten veiligstelde.
“Uiteindelijk ben je dan gewoon blij dat je ‘m wint,” reageerde De Bruijne opgelucht. “We hebben de afgelopen weken wedstrijden laten liggen die we hadden moeten winnen. Dan voelt deze overwinning extra goed, zeker met een vrij weekend voor de boeg.”
Met de overwinning lijkt GDC de weg omhoog te hebben gevonden. “De afgelopen jaren stond alles in het teken van overleven. Die reflex zit nog steeds diep, maar hopelijk helpt dit resultaat ons om in te zien dat we meer kunnen dan we denken,” zei De Bruijne. “Het niveau in de competitie ligt nu dichter bij elkaar. Iedereen kan van iedereen winnen, maar dan moet je er wél in geloven.”











