Zondagmiddag in Roosendaal stond niet alleen de competitiewedstrijd tegen JEKA op het programma. De middag stond vooral in het teken van Dylan Matthijssen. De 27-jarige clubman speelde zijn laatste minuten in het eerste elftal, na elf seizoenen vol strijd, successen en onvergetelijke momenten. Voorafgaand aan het duel werd hij uitgebreid gehuldigd voor zijn bewezen diensten. Trainer Peter Pijpers gunde hem bovendien nog een klein half uur speeltijd, zodat hij op waardige wijze afscheid kon nemen van het veld waarop hij opgroeide.
Voor de wedstrijd voelde Matthijssen opmerkelijk genoeg weinig spanning. Zijn gedachten gingen uit naar het spel, niet naar het naderende afscheid. “In je achterhoofd weet je natuurlijk dat het je laatste minuten zijn,” vertelt hij. “Maar ik zat gewoon in de wedstrijdmodus. Pas tijdens de tweede helft begon de spanning toe te nemen. Toen wist ik dat elk moment kon komen. Maar op het veld wilde ik nog één keer knokken, voor mezelf en voor het team.”
Die laatste minuten op het veld waren bijzonder. Toen het eindsignaal klonk, kwamen de emoties los. “Na het laatste fluitsignaal schoten de emoties omhoog,” zegt Matthijssen. “Ik liep direct naar mijn ouders. Zij zijn er vanaf het begin altijd geweest, bij elke wedstrijd, thuis en uit. Op dat moment besefte ik echt: dit was het.”
Het afscheid kwam niet onverwachts. Al langere tijd kampte Matthijssen met kraakbeenschade in beide knieën. “De week voor mijn laatste duel speelde dat gevoel al,” vertelt hij. “Ik had tijdens de warming-up weer pijn en vocht in mijn knieën. Toen wist ik diep vanbinnen: het einde is dichtbij. Na overleg met de fysio en de medische resultaten was de knoop snel doorgehakt. Mijn knieën waren simpelweg op.”
Die beslissing kwam niet alleen voort uit sportieve overwegingen. “Ik dacht aan mijn toekomst,” legt hij uit. “Ik wil later met mijn kleine jongen kunnen rennen, sporten, voetballen. Dat risico wilde ik niet nemen. De sport heeft me veel gegeven, maar er is meer dan voetbal alleen.”
Als hij terugkijkt op zijn carrière, is er veel om trots op te zijn. “Ik heb elf prachtige seizoenen meegemaakt. Van degradaties tot promoties, van zware wedstrijden tot kampioensfeesten. Ik heb onder geweldige trainers gestaan en met fantastische spelers gespeeld. Natuurlijk ben ik trots op mijn debuut, maar het kampioensjaar blijft mijn mooiste herinnering. Alles klopte toen: de sfeer, het team, de eenheid. Iedereen gunde elkaar alles. Jammer dat het seizoen erna door corona werd afgebroken. We stonden weer bovenaan en ik ben ervan overtuigd dat we toen opnieuw kampioen waren geworden.”

Toch is er één moment dat er echt uitspringt: spelen met zijn broer in het eerste elftal. “Dat was altijd een droom van me. Ik heb tweeënhalf seizoen met hem samengespeeld. Dat was iets heel bijzonders. Daarnaast kijk ik met veel plezier terug op de tijd met de jongens waarmee ik al mijn jeugd bij RKVV heb doorlopen. Dat waren fantastische gasten en spelers.”
Hoewel er al interesse is om een rol binnen de staf op te pakken, kiest Matthijssen bewust voor rust. “Ik heb de optie om bij de staf van het eerste aan te sluiten, maar ik neem daar nu nog geen beslissing over. Kort geleden hebben we in de familie te horen gekregen dat mijn vader ernstig ziek is. Ik wil er nu vooral voor hem, mijn gezin en familie zijn. Samen gaan we deze strijd aan en hopen we nog jarenlang van hem te mogen genieten. De club loopt niet weg.”
Zijn vertrek betekent een groot verlies aan ervaring voor een jonge spelersgroep. “In korte tijd is er veel kwaliteit en ervaring vertrokken,” constateert Matthijssen. “Dat vang je niet zomaar op met jeugd. Deze jonge groep moet leren, fouten maken, groeien en dichter naar elkaar toegroeien. Als ze dat doen, komt die eerste overwinning sneller dan ze denken. En vanaf daar kun je bouwen.”
Aan zijn ploeggenoten wil hij een laatste boodschap meegeven. “Geniet van elk moment dat je in het eerste staat en wees trots op wat je hebt bereikt. Voor mij was plezier altijd het allerbelangrijkste. Ik heb genoten van het spelletje en van mijn teamgenoten. Dat gun ik iedereen.”
Met een brok in de keel, maar ook met trots, nam Dylan Matthijssen afscheid van het veld waar hij groot werd. Zijn laatste minuten waren vol emotie, maar ook vol dankbaarheid. Niet alleen voor de club, maar vooral voor het spel dat hem elf seizoenen lang zoveel gaf.












