Rogier Benschop (27) groeide op in Harmelen, vlakbij Utrecht, maar verruilde begin 2023 zijn vertrouwde dorp voor Bergen op Zoom – een grote stap die hij zette voor de liefde. “Inmiddels woon ik daar samen met mijn vriendin en sinds kort hebben we zelfs ons eerste huis gekocht. Een nieuw hoofdstuk waar ik ontzettend van geniet.”
Voetbal is voor Rogier altijd de rode draad in zijn leven geweest. “Mijn moeder zei vroeger weleens: ‘Er is meer dan alleen voetbal, hoor Rogier!’ Maar daar dacht ik wel anders over. Ik was altijd buiten, op het veld of het pleintje, samen met mijn broertje.” Die passie is nooit verdwenen. Naast zijn actieve carrière werkt hij op een SportBSO, waar hij kinderen stimuleert om te bewegen en zichzelf te ontwikkelen – zowel motorisch als sociaal-emotioneel. “Het geeft veel voldoening om kinderen te zien groeien in hun zelfvertrouwen en plezier.”
Een echte spelmaker
Op het veld is Rogier een creatieve kracht. “Ik ben linksbenig en speel meestal op de tienpositie. Ik zoek altijd naar ruimte, wil beslissend zijn en heb een goed scorend vermogen. Daarbij neem ik van nature een leidersrol op me. Ik praat veel, stuur aan en probeer mijn team te motiveren – zelfs als het tegenzit. Soms ben ik daarin eigenwijs, maar dat komt altijd voort uit mijn wil om te winnen.”

Van SCH’44 naar de Eredivisie
Zijn eerste stappen zette hij bij SCH’44 in Harmelen, waarna hij op zijn veertiende naar VV De Meern vertrok om op een hoger niveau te spelen. “Daarna werd ik benaderd door PSV, FC Twente en FC Utrecht. Ik koos bewust voor FC Utrecht, omdat ik in mijn examenjaar niet van school wilde wisselen.” Na een aantal mooie jaren in de jeugd van FC Utrecht volgde de overstap naar PEC Zwolle, waar Rogier zijn debuut maakte in de Eredivisie. “Mijn eerste invalbeurt in de uitwedstrijd tegen ADO Den Haag zal ik nooit vergeten. Het was een bewijs dat hard werken beloond wordt.”
Na PEC Zwolle speelde hij bij Almere City, waar hij periodekampioen werd en play-offs voor promotie naar de Eredivisie speelde. Vervolgens koos hij voor USV Hercules, waar hij drie seizoenen actief was in de top van het amateurvoetbal. Sinds 2023 speelt hij voor RKSV Halsteren. “Ik heb hier mijn plek gevonden, zowel binnen het team als daarbuiten.”
Van passie naar plan: de voetbalschool
Zijn grote passie voor het spel bracht Rogier op een nieuw idee: een eigen voetbalschool. “Dat plan speelde al ruim een jaar in mijn hoofd. Ik wilde iets doen met mijn liefde voor voetbal en mijn pedagogische achtergrond. Ik zie dat kinderen tegenwoordig veel minder buitenspelen dan vroeger. Juist op die veldjes leerden wij techniek, creativiteit en balgevoel. Mijn voetbalschool moet een soort ‘modern pleintje’ worden, waar kinderen veel balcontacten hebben en plezier maken.”
De samenwerking met RKSV Halsteren is daarbij een belangrijke eerste stap. “Door gebruik te maken van de accommodatie en de naam van de club kunnen we meteen een vliegende start maken. Voor Halsteren is het ook een mooie manier om extra aanbod te creëren voor de jeugd. Belangrijk is dat de voetbalschool openstaat voor alle kinderen, ongeacht hun club. Het is een aanvulling op hun reguliere training, geen vervanging.”
Plezier als basis voor ontwikkeling
De doelstelling van de voetbalschool is helder: plezier staat voorop. “Als je met een lach op het veld staat, leer je het meest. We bieden uitdagende en gevarieerde oefenstof aan, waarbij de nadruk ligt op veel balcontacten. Zo bouwen kinderen vertrouwen op, ontwikkelen ze hun techniek en genieten ze van het spel.”
Over de discussie rondom voetbalscholen is Rogier duidelijk. “Ik vind het jammer als voetbalscholen zichzelf profileren met uitspraken als: ‘Onze spelers hebben het profvoetbal gehaald.’ Daarmee doe je afbreuk aan het harde werk van de spelers en hun club. Voor mij draait het om plezier en ontwikkeling. Ik begin mijn voetbalschool omdat ik het geweldig vind om kinderen te zien groeien – als voetballer én als persoon.”
Tot slot heeft Rogier nog een leuke wens: “Het lijkt me tof om een podcast op te nemen over mijn voetbalschool en het amateurvoetbal. Er zijn genoeg mooie verhalen te vertellen.”












