Het wordt er niet leuker op voor de voetbaltrainers in het amateurvoetbal. Steeds vaker zien we dat situaties uit het profvoetbal worden gekopieerd: twee wedstrijden gespeeld en je ligt eruit, vier wedstrijden en het is einde verhaal. In de hogere regionen van het amateurvoetbal zijn de eerste trainers en TC-leden alweer van het podium verdwenen, en geloof me: in de lagere regionen krijgen in oktober met het vallen der bladeren de eerste trainers ook hun congé. Drie slechte potjes in september/oktober en de roep klinkt al langs de lijn: “Die trainer moet weg!” Alsof een nieuwe man langs de kant ineens alle problemen oplost.
Waar de oorzaak ligt? Te hoge verwachtingen, gebrek aan visie of gewoon verkeerde trainer bij verkeerde club? Waarschijnlijk een combinatie. Maar laten we ons in het amateurvoetbal alsjeblieft niet spiegelen aan het betaalde voetbal. Want onderzoek én praktijk laten zien: na een trainerswissel verandert er meestal bar weinig. Resultaten blijven vaak hetzelfde – of je nu Champions League speelt of in de vijfde klasse op zaterdag/zondag.

Vroeger kreeg een trainer een half seizoen om iets neer te zetten. Nu word je na drie wedstrijden al veroordeeld. Niet omdat trainers slechter zijn, maar omdat ons geduld overal verdampt is, op school, op werk en dus ook langs de lijn.
In onze eigen regio zie je hetzelfde beeld: nog nooit werden er in één seizoen zoveel trainers voortijdig weggestuurd. Soms nadat ze zelf al hadden aangegeven te zullen stoppen, soms juist terwijl hun contract nog was verlengd. Zelfs vlak voor het einde van de competitie gingen clubs en trainers alsnog uit elkaar. Paniekbeleid? Misschien. Feit is dat het niets opleverde: degradaties kwamen er alsnog, promoties kwamen er niet en nacompetities werden niet gehaald. Uiteindelijk moesten de spelers het gewoon doen.
Het idee dat een trainer het verschil maakt is hardnekkig, maar historisch gezien onjuist. Ooit werd de trainer in het leven geroepen als bliksemafleider: iemand moest de schuld krijgen. En eerlijk is eerlijk: dat zie je nog steeds. Gaat het goed, dan is de trainer een meesterbrein. Gaat het fout, dan moet hij of zij vertrekken.
Een trainer kan structuur brengen, sfeer scheppen en discipline afdwingen. Maar uiteindelijk beslissen de spelers. In het profvoetbal bepaalt vooral het budget. In het amateurvoetbal: wie je beschikbaar hebt. En dat is vaak grillig, spelers stoppen, raken geblesseerd of verkiezen een weekendje weg of vakanties boven voetbal. Je kunt drie keer per week de perfecte training geven, maar zonder spits die scoort of een fitte selectie win je geen potten.
De marges van een trainer zijn smal. Je hebt invloed, maar niet alles in de hand. Toch ben jij degene die iedereen ziet. Jij staat langs de lijn. Jij bent dus verantwoordelijk. De amateurtrainer lijkt daarmee sterk op zijn collega in het profvoetbal: geliefd als het goed gaat, zondebok als het fout gaat. Terwijl het echte verschil vaak niet bij jou ligt, maar bij de spelers en omstandigheden.
Dus onthoud: als trainer ben je nooit zo slecht als men zegt na drie nederlagen, en nooit zo briljant als men roept na drie overwinningen. Je bent vooral . zoals een onderzoeker het ooit noemde, gemaakt om bekritiseerd te worden.
Freek Plaisier








