Met zijn 21 jaar is Reno Tijssen al een bekend gezicht bij s.v. O.S.S. ’20. De middenvelder begint komend seizoen aan zijn vierde jaar in het eerste zaterdagelftal en is vastberaden: “Ik wil dit jaar de belangrijkste speler van het team zijn.”
Overdag staat hij voor de klas als docent economie en wiskunde in het voortgezet onderwijs. “Op het moment van schrijven zit ik in de zomervakantie en daar geniet ik ook écht van,” lacht hij. “Tijd om te reizen, lekker te wandelen, een boek te lezen of gewoon te genieten van de mensen om me heen.”
Opgegroeid met O.S.S. ‘20
Zijn voetbalhart klopt al jaren in Oss. Op één uitstapje in de jeugd na heeft Reno altijd bij s.v. O.S.S. ‘20 gevoetbald. “In het eerste spelen was altijd het doel. Sinds het zondagteam eruit is gehaald, is die droom snel werkelijkheid geworden.” Inmiddels is hij een vaste waarde op het middenveld van het zaterdagteam. “Het kampioenschap, de periodes die we hebben gepakt — dat zijn mooie herinneringen. Maar stiekem zijn het toch de goals die het meest bijblijven. Wat is er nou mooier dan scoren?”
Het afgelopen seizoen noemt Reno “een seizoen met twee gezichten”. “We hebben laten zien dat we echt goed kunnen voetballen. Elke tegenstander hebben we het lastig gemaakt. Alleen… niet vaak genoeg. We misten de constante lijn.” Desondanks bleef het plezier altijd aanwezig. “En dat is echt de kracht van dit team. Zeker buiten het veld hebben we een topgroep.”
Voor komend seizoen is de ambitie glashelder: “We willen kampioen worden.” De concurrentie binnen de selectie is groot, de energie hoog. “We hebben veel kwaliteit en het gaat een mooie uitdaging worden voor de trainers om wekelijks een basiselftal te kiezen.”
Over zijn rituelen is Reno iets minder spraakzaam. Lachend: “Die lijst is veel te lang. Alles is een gewoonte: van het moment dat ik eet tot aan hoe ik mijn tas inpak. En ja, ik geef altijd nog even een paal een tikje voor geluk.”
Op de zaterdagochtend is alles strak gepland. “De muziek varieert dan van Jan Smit naar Hazes en weer naar Roxy Dekker. Zolang het Nederlands is en ik er vrolijk van word, is het goed.”
“Voetbalhumor hoort erbij – tot het fluitsignaal gaat”
Voor Reno is de sfeer rondom het spel minstens zo belangrijk als de prestatie. “Tot vlak voor de aftrap is het in de kleedkamer vooral slap ouwehoeren. Maar zodra die wedstrijd begint, is het klaar en zijn we allemaal scherp. En dat duurt tot het laatste fluitsignaal. Daarna? Dan begint het gelul gewoon weer opnieuw. Daar kan ik echt van genieten.”
“Ik wil dit seizoen elke wedstrijd fit beginnen en zorgen dat mijn team op me kan bouwen. Dat ik niet alleen fysiek aanwezig ben, maar ook de energie en het plezier uitstraal die wij als team moeten laten zien. Dat is wat ik belangrijk vind — en dat is hoe ik verschil wil maken.”
“Kom vooral een keer kijken als je op zaterdagmiddag tijd hebt. Je zult je niet vervelen!”











