Sam Snoeijs is 32 jaar oud, woont in Roosendaal met zijn vriendin Anne en hun zoontje Mees, en is inmiddels een vaste waarde op sportpark De Doelen. “Ik ben de tel kwijt, maar volgens mij wordt dit mijn vijftiende seizoen bij Cluzona 1,” lacht hij. “En nog steeds ben ik er graag.”
In het dagelijks leven werkt Sam als verkoopleidinggevende bij Aartsen Fruit in Breda. “Een dynamisch bedrijf in de groente- en fruitsector. Het is hard werken, maar ook leuk.” Naast zijn werk en voetbal is hij fanatiek in een andere sport: crossfit. “Een compleet andere discipline, maar ik hou ervan om fysiek uitgedaagd te worden.”
Zijn voetbalcarrière begon bij RKVV Roosendaal, waar hij doorstroomde tot in de senioren. “Daar heb ik het goed gehad, maar Cluzona trok aan me. En na twee jaar ‘nee’ te zeggen, heb ik de overstap gemaakt naar dat mooie dorpscluppie uit Wouw. Daar heb ik nooit spijt van gehad.”
“Ik voel me op m’n plek in de achterhoede”, zegt Sam. “Centraal achterin, links of rechts maakt me weinig uit – met beide benen kan ik prima uit de voeten. Al heb ik ooit een paar weken op doel gestaan in de D1, maar dat avontuur was van korte duur.”
Er zijn hoogtepunten genoeg in die vijftien seizoenen. “Het winnen van de districtsbeker met Roosendaal 2 was tof – en ik scoorde ook nog eens in de finale,” vertelt hij trots. Maar de kampioenschappen met Cluzona blijven het meest speciaal. “Eentje pas op de laatste speeldag, na een seizoen waarin we eerst elf punten achter stonden. De ander ruim op tijd, zes of zeven wedstrijden voor het einde. Allebei even bijzonder.” Ook het bereiken van de KNVB-bekerfinale met Cluzona noemt hij een hoogtepunt. “Dat was mooi voor de club.”
Maar er waren ook tegenvallers. “We zijn één keer gedegradeerd. Natuurlijk balen, maar ook dat hoort erbij. En eerlijk: we hebben die dag net zo hard gefeest als bij een kampioenschap,” lacht hij. “Wat wranger was, waren de jaren waarin we nét geen kampioen werden – een keer zelfs tweede op één punt. En de verloren promotiefinale met 2-1… soms zit het mee, soms zit het tegen.”
Afgelopen seizoen was zwaar, geeft Sam toe. “We hadden een plaagseizoen met enorm veel blessures. Kruisbanden, liesproblemen, hamstrings, noem het maar op. Dus dat we nog vierde zijn geworden is echt een topprestatie.”
Over komend seizoen is hij voorzichtig optimistisch. “Als we een beetje fit blijven – en met dertigers in de selectie is dat een uitdaging – dan moeten we bovenin mee kunnen doen. We hebben een mooie mix van ervaring en jonge gasten. Het belooft een leuk seizoen te worden.”
Zijn wedstrijdritueel? “Niks bijzonders. Een goed ontbijt en een dikke knuffel van mijn zoontje Mees. Dan ben ik al gelukkig.” En qua muziek maakt het hem weinig uit: “In de kleedkamer ligt het eraan wie de box aanstuurt. Van alles komt voorbij, ik luister mee.”
Een van zijn favoriete herinneringen stamt uit een wedstrijd tegen Zundert. “We hadden de dag ervoor een iets te gezellig teamuitje gehad. Iedereen zag er beroerd uit, maar in de kleedkamer stonden we al te springen op de banken. De trainer was lichtelijk geïrriteerd… tot we na 15 minuten met 3-0 voor stonden, haha. Dat zijn de verhalen die je bijblijven.”
Zijn persoonlijke ambitie? “Nog één keer kampioen worden. Of de districtsbeker winnen, dat mag ook. Maar als ik echt mag kiezen: dan kies ik voor dat kampioenschap.”








