In een huis in Tilburg dat “bijna klaar is met de verbouwing – echt bijna,” woont Nora Moggré samen met haar vriendin en twee katten. Ze is 24 jaar en sinds de fusie van de club speelt ze bij FC Tilburg Vrouwen 1. Dat voelt vertrouwd: “Ik speel nu weer op dezelfde grond waar ik als kind bij TSV Longa begon. Dat maakt het extra mooi.”
Haar voetbalreis begon vroeg. Als meisje van acht waagde ze haar eerste stappen bij Were Di, al duurde dat niet lang. “Ik vond het met de jongens daar niet zo leuk,” zegt ze lachend. Na een tussenstop bij allerlei andere balsporten keerde ze terug naar haar eerste liefde: voetbal. Bij Longa kwam ze terecht in een team waar ze zich direct thuis voelde. “Ik was het enige meisje tussen de jongens, maar dat vond ik tot de puberteit hartstikke gezellig.”
Later maakte ze samen met haar twee beste vriendinnen de overstap naar Were Di, waar ze in een dameselftal terechtkwamen. “We speelden toen vijfde klasse, maar er was heel veel lol.” Na de fusie werd het FC Tilburg, en sindsdien is het niveau én de club gegroeid. “We zijn een paar keer kampioen geworden en dit seizoen zijn we zelfs gepromoveerd naar de hoofdklasse.” FC Tilburg voelt voor haar echt als thuis: “Elke zondag en donderdagavond is het gezellig in de kantine. Ze zetten zich keihard in voor het vrouwenvoetbal.”
Hoewel ze begon als verdediger, is Nora tegenwoordig een flitsende rechtsbuiten. “Mijn snelheid is altijd mijn sterke punt geweest. Eerst gebruikte ik die om terug te rennen bij het verdedigen, nu om de aanval te openen.” Schieten is nooit haar sterkste kant geweest, geeft ze eerlijk toe. “Ik had nooit echt kracht in mijn benen, behalve met rennen. Toch heb ik altijd veel gescoord – vooral door mijn loopacties en slimme posities.”
En dit seizoen was er geen houden aan. Ze scoorde liefst 33 goals en gaf 16 assists. Daarmee werd ze topscorer én kreeg ze een bijzondere eer: “Ik werd tijdens het promotiefeest verkozen tot ‘Speelster van wereldklasse’. Dat was echt een eer. Elk jaar kiezen de trainers iemand die veel heeft bijgedragen aan het team. Dit seizoen was ik dat.”
Lees verder onder foto.

Voorbeelden als speelster heeft ze weinig gehad – ze vond het spel vooral gewoon leuk. Toch heeft ze één heldin: Shanice van de Sanden. “Zij is ook zo snel, en tijdens het EK van 2017 zei mijn oma: ‘Die lijkt wel op jou’. Toen was ik verkocht.”
Voor komend seizoen heeft ze gemengde verwachtingen. “Ik denk dat het fysiek zwaar wordt. Wij zijn als team vaak lief, en niet van het toneelspelen. Daar hebben we soms onszelf mee.” Toch ziet ze het ook als kans om te groeien: “Als je tegen goede teams speelt, ga je zelf ook beter spelen.” Met een nieuwe trainer, Mustafa, kijkt ze uit naar wat komen gaat. “Ik heb er echt veel zin in.”
Rituelen heeft ze niet echt, liever houdt ze het rustig voor een wedstrijd. “Ik probeer niet te veel na te denken, want daar word ik zenuwachtig van.” Muziek helpt ook niet echt. “Ik wil liever stilte, maar in de kleedkamer dreunen altijd slechte Nederlandse meezingers uit de boombox – daar valt niet aan te ontsnappen.”
Over voetbalhumor wil ze weinig kwijt. “Ik zou genoeg verhalen kunnen vertellen, maar ik denk dat mijn teamgenoten daar niet zo blij mee zullen zijn,” zegt ze lachend. “Je moet maar gewoon een keer langskomen op zondag, dan snap je het vanzelf.”
Tot slot, haar persoonlijke droom: “Ik wil heel graag nog een keer een sprintwedstrijd doen tegen de speelsters van het Nederlands elftal. Gewoon om te zien hoe snel ik nou echt ben.” En als ze dan toch mag dromen? “Ik zou supergraag ooit één wedstrijdje in de eredivisie spelen – maar dan wel met dit team.”










