Nu de competitie-indelingen bekend zijn, trekt VoetbalBrabant langs de velden om met trainers in gesprek te gaan over hun verwachtingen voor het nieuwe seizoen. In Wagenberg treffen we Nicky Kiewit, de kersverse hoofdtrainer van VCW. Na zijn periode als assistent-trainer bij Achtmaal begint hij aan zijn eerste klus als eindverantwoordelijke, bij een club die net is gepromoveerd naar de vierde klasse. Een spannende combinatie, en Kiewit kijkt er met veel energie naar uit.
“De competitie-indeling kwam voor mij best als een verrassing,” vertelt hij. “Niet zozeer vanwege de ploegen, maar vooral vanwege het aantal teams. We zitten met slechts elf clubs in de competitie, terwijl er juist werd gecommuniceerd dat men naar veertien ploegen per klasse wilde gaan. Dat is niet alleen voor ons verrassend, maar ik denk dat veel clubs zich daarover hebben verbaasd.”
Desondanks is hij enthousiast over wat er op het programma staat. “Het is een leuke, gevarieerde competitie geworden met interessante tegenstanders. Ik denk dat veel ploegen aan elkaar gewaagd zijn. Dat maakt het onvoorspelbaar en daardoor juist leuk. Coal en HOV zijn voor mij nieuw; die ploegen ken ik nog niet. Dat brengt weer een frisse dynamiek.”
Over mogelijke favorieten voor de titel hoeft Kiewit niet lang na te denken. “DSE ken ik goed, daar hebben we vorig seizoen nog tegen gespeeld toen ik nog bij Achtmaal zat. En ook RKTVC – of zoals ik ze nog ken: Right Oh – zie ik als serieuze kanshebber. Ik verwacht dat zij met elkaar gaan strijden om de bovenste plek.”
Toch kijkt men bij VCW met een andere insteek naar het seizoen. “Onze doelstelling is simpel: we willen ons handhaven. Als je als tweede bent gepromoveerd vanuit de vijfde klasse, moet je realistisch zijn. Blijven staan in de vierde klasse is voor nu het belangrijkste. We kunnen onze ambities altijd bijstellen naarmate het seizoen vordert.”
Kiewit sluit af met vertrouwen: “Ik heb een goed gevoel bij deze groep. Er zit energie en potentie in. Als we hard blijven werken en als team groeien, denk ik dat we een mooie stap kunnen zetten. De basis ligt er – nu is het aan ons om het waar te maken.”











