Nick Jongenelen, 28 jaar, is al zijn hele leven nauw verbonden met VV Achtmaal. Een dorpsclub in hart en nieren, waar hij als aanvaller al bijna tien jaar deel uitmaakt van de selectie. “Ik ben echt een liefhebber,” vertelt hij. “Als er voetbal op tv is, kijk ik het, en ik heb al jaren een seizoenskaart van NAC. Voetbal is mijn passie.”
In het dagelijks leven is Nick kraanmachinist bij W. Huijbregts in Zundert. Een baan die zich goed laat combineren met zijn sport. “Daarnaast probeer ik ook nog een paar keer per week te fitnessen om fit te blijven.” En die fitheid is nodig, zeker na een zware periode.
Het absolute dieptepunt kwam op 29 januari 2023, een datum die hij zich maar al te goed herinnert. “We speelden thuis tegen BSC en ik wilde wegdraaien na een lange bal. Toen voelde en hoorde ik een knak. Mijn kruisband was afgescheurd, en er was meer beschadigd in mijn knie.” Zijn seizoen eindigde abrupt. “Ik heb er toen bewust voor gekozen om een jaar leider te worden bij het eerste, om toch betrokken te blijven. En ja, juist dát jaar werden ze kampioen – dan baal je extra dat je niet op het veld staat.”
Toch kende hij eerder ook hoogtepunten met Achtmaal. “Toen we als jonge ploeg overgingen van de jeugd naar de senioren promoveerden we in de laatste minuut naar de vierde klasse. En het jaar erop speelden we zelfs nacompetitie voor promotie naar de derde klasse. Dat was fantastisch om mee te maken met gasten waar je al vanaf de jeugd mee samenspeelt.”
Afgelopen seizoen liep minder vlot. “Voor de club was het zwaar, zowel het eerste als tweede degradeerden. En persoonlijk sukkelde ik met blessures. Ik ben nooit echt 100% fit geworden. Dat vreet aan je.” Toch blijft Nick positief. “Ik hoop dat we komend seizoen weer bovenin mee gaan doen en zo snel mogelijk terug kunnen naar de vierde klasse. En voor mezelf hoop ik gewoon fit te blijven en wat doelpunten mee te pikken.”
Nick speelt het liefst als spits, maar is ook inzetbaar aan de zijkanten. “Ik moet het niet van fluwelen techniek hebben, maar van mijn inzet. Als ik niet voluit kan gaan, dan heb ik er minder plezier in – maar ik geef niet zomaar op.”
Naast het veld staat Nick bekend om zijn praatje. “Tijdens corners of even een moment in het spel maak ik graag een praatje met de tegenstander. Dat hoort er ook een beetje bij, vind ik.” De sfeer in de kleedkamer is iets wat hij enorm waardeert. “Dat heb ik het meeste gemist toen ik geblesseerd was: het ouwehoeren voor de training, lachen met elkaar over het weekend. Dat zijn de momenten waar je naar uitkijkt.”
Op wedstrijddagen draait er hardstyle door de kleedkamer, iets waar Nick ook graag zelf naar luistert om in de stemming te komen. En qua voetbalvoorbeelden noemt hij spelers als Neymar, Gravenberch en Kenneth Taylor. “Ik hou ervan als iemand flair combineert met spelinzicht.”
Tot slot, zijn ambitie? “Ik hoop dat ik nog een aantal jaar bij het eerste kan blijven spelen. Daarna misschien het tweede en wie weet ooit bij de veteranen afsluiten. Maar eerlijk is eerlijk: als ik nog een seizoen krijg zoals het afgelopen jaar, weet ik niet of dat realistisch is. Maar zolang ik kan geven wat ik wil geven, blijf ik doorgaan.”












