Midden in het Tilburgse gezinsleven, tussen werk, sport en familie, leeft De Boer het voetbal met volle overtuiging. De 36-jarige Tilburger, met een Nederlandse vader en Franse moeder, heeft een indrukwekkende voetbalreis achter de rug—van Olympique Marseille tot FC Eindhoven, en inmiddels als trainer bij NEO’25. “Ik hoef niet de grootste of beste trainer te zijn. Als ik ergens plezier haal uit het proces met mooie mensen om me heen, dan zit ik goed.”
De Boer woont met zijn vrouw, dochter en zoon in Tilburg en werkt als Senior Project Manager bij First Impression. “Ik zorg met het team dat projecten waarin we audiovisuele belevingen creëren—bijvoorbeeld bij Basic-Fit—vlekkeloos verlopen,” vertelt hij. Maar buiten werk is er één passie die al sinds zijn jeugd alles kleurt: voetbal. “Het is echt mijn grootste hobby, naast sport in het algemeen. En dan natuurlijk samen met mijn Franse familie wedstrijden van Olympique de Marseille kijken, dat blijft een vast ritueel.”
Zijn eigen voetbalcarrière startte op jonge leeftijd in Frankrijk, bij de jeugd van Olympique de Marseille. Na zijn verhuizing naar Nederland volgden FC Den Bosch, Willem II, een tussenjaar bij Sarto en uiteindelijk FC Eindhoven. “De mooiste herinneringen? Die zijn er veel. Slapen in het stadion van Den Bosch, internationale toernooien tegen buitenlandse topclubs, en een goal à la Van Basten maken tegen Jong VVV in het stadion van Eindhoven.” Toch kent zijn pad ook de schaduwzijden. “Ik heb zelden pijnvrij gespeeld en de revalidaties waren zwaar. Uiteindelijk moest ik stoppen op jonge leeftijd. Dat was mentaal niet makkelijk.”
Toch wist De Boer op latere leeftijd het plezier terug te vinden bij TSV NOAD. “Met vrienden een kampioenschap vieren, dat was pure vreugde. Helaas kreeg ik daarna mijn zwaarste blessure ooit: mijn kruisband, meniscus én bot lagen in puin na een ongelukkige actie. Dat betekende definitief einde carrière.”
Na een korte pauze maakte De Boer de overstap naar het trainerschap. “Ik begon bij de A1 van RKTVV, met goede vriend Ousmane Camara. Daarna kwam een lang traject bij TSV NOAD/FC Tilburg. De band met die club is bijzonder. Eerst de jeugd, toen assistent bij het eerste, en uiteindelijk vier jaar hoofdtrainer.” Zijn laatste seizoen bracht hij bij de BVO van Willem II, als assistent bij de JO15. “De samenwerking met Jos Bogers daar was een cadeautje. Zo’n stabiele, positieve kracht. Voor mij nog altijd een voorbeeld.”
Voorbeelden zoekt De Boer niet in de grote namen. “Ik kijk liever naar trainers die ik persoonlijk heb meegemaakt. Jos Bogers en Ernest Faber hebben me gevormd. Zij waren meer dan trainers—zij luisterden echt, keken verder dan het veld, en straalden altijd positiviteit uit. Dat probeer ik ook te doen.”
Komend seizoen start De Boer een nieuw hoofdstuk bij NEO’25. “Ik was op zoek naar dat oude NOAD-gevoel: een warme, hechte club, met mensen die echt betrokken zijn. Bij NEO’25 had ik vanaf het eerste gesprek een goed gevoel. De talentvolle, nuchtere groep spelers en de open sfeer spraken me meteen aan.”
Ambities voor het nieuwe seizoen zijn er zeker, maar De Boer blijft realistisch. “Iedereen wil presteren, maar ik roep niet direct dat we kampioen móeten worden. Promotie is altijd lastig, er spelen zoveel factoren mee. Ik wil vooral plezier hebben met deze groep en mooi, aanvallend voetbal op de mat leggen. Daar geloof ik echt in.”
Lees verder onder foto.

Van vaste rituelen is De Boer geen voorstander. “Geen gekke sokken of routines. Ik wil gewoon op tijd zijn, in alle rust voorbereiden en het team helpen. Dat is genoeg.” In de kleedkamer geniet hij van hip-hop of harde oppeppende muziek, maar voor de derde helft mag het gerust Nederlandstalig zijn. “Dan gaan de meezingers aan.”
Zijn persoonlijke ambitie? Die ligt niet in het klimmen op de trainersladder. “Ik hoef niet per se hogerop. Ik wil met plezier bouwen aan een mooi project, mezelf blijven ontwikkelen en omringd worden door fijne mensen. Wat dat betreft ben ik net een Labrador: trouw en loyaal. Ik kijk helemaal niet verder dan NEO’25.”
Tot slot prijst De Boer het platform waarop dit interview verschijnt. “Het is mooi dat er ruimte is voor verhalen uit alle hoeken van het voetbal. Van jeugd tot eerste elftal, van topklasse tot vierde. Dat verbindt. En daar draait het uiteindelijk allemaal om.”












