In Lage Zwaluwe is Jesse Groote al jarenlang een vertrouwd gezicht op en rondom de velden van VV Zwaluwe. De 30-jarige middenvelder speelt al zijn hele voetbalcarrière bij de dorpsclub en vormt inmiddels samen met zijn tweelingbroer een vertrouwd duo in het eerste elftal. “Het is bijzonder om op deze leeftijd nog met je broer samen te spelen. Dat maakt het extra speciaal,” vertelt hij nuchter.
Jesse groeide op in een hecht gezin met vijf personen. Inmiddels woont hij samen met zijn vriendin in Lage Zwaluwe, niet ver van de club waar hij als kleine jongen ooit begon. In het dagelijks leven is hij werkzaam als chemisch procesoperator bij Shell Moerdijk. “Dat is volcontinu werk, dus het combineren met voetbal vergt soms wat planning. Maar zolang het lukt, blijf ik het doen.”
Ondanks een druk schema blijft er genoeg ruimte voor ontspanning. “Voetbal is de rode draad, maar daarnaast padel ik ook regelmatig. En als het even kan, trek ik eropuit met vrienden—varen, motorrijden of gewoon een gezellige borrel, dat hoort er allemaal bij.”
Zijn voetbalpad bij VV Zwaluwe liep geleidelijk. “Ik begon in de jeugd en stroomde via het tweede elftal door naar het eerste. Die tussenstap in het tweede, dat toen reserve eerste klasse speelde, was ideaal om fysiek te wennen aan seniorenvoetbal.” In de loop der jaren verschoof zijn rol op het veld: van spits naar ‘nummer 10’, en inmiddels vaak als controlerende middenvelder of zelfs laatste man. “Het was wennen, maar ik merk dat ik het spel daar goed kan lezen. En je hebt veel balcontact, dat bevalt me.”
Aan hoogtepunten ontbreekt het niet. “Het kampioenschap in de derde klasse springt er echt uit. Zeker als je het met jongens viert met wie je al sinds de jeugd speelt. Zo’n succes binnen een dorpsclub is magisch.” Ook de tweede plaats in de tweede klasse noemt hij met trots.
Toch kende hij ook mindere fases. “Degradaties horen erbij, soms eindig je gewoon waar je op dat moment thuishoort. Afgelopen seizoen was er veel frustratie. We hebben echt pech gehad, met discutabele beslissingen die ons punten kostten. Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn: we hebben zelf ook te weinig afgedwongen.” Wedstrijden in de laatste minuut verliezen, tegen directe concurrenten punten laten liggen—het seizoen was er één van pieken en dalen.
Volgend seizoen wil de ploeg het anders aanpakken. “Aanvallender, met meer lef. Hopelijk komen we in een competitie met regionale clubs. Dat maakt niet alleen het voetbal leuker, maar ook alles eromheen: meer sfeer, meer beleving, meer gezelligheid.”
Rituelen kent Jesse niet. “Ik hou het simpel. Geen bijgeloof. Al luister ik wel graag hardstyle voor de wedstrijd. Al wordt dat niet altijd gewaardeerd in de kleedkamer—sommige teamgenoten zetten liever Django Wagner op,” lacht hij. “Maar goed, zo kom ik wel in de stemming.”
Nu hij de dertig is gepasseerd, kijkt hij ook realistischer naar de toekomst. “Ik weet niet hoe lang ik nog doorga. Mijn lichaam piept en kraakt soms—ik lig vaker bij mijn fysio Pim Schonk dan me lief is. Maar zolang ik het volhoud en het leuk blijft, blijf ik spelen. Fit blijven is de grootste ambitie, en als we dan ook nog mee kunnen doen om een periodetitel, zou dat prachtig zijn.”
Tot slot heeft Jesse nog een compliment over voor de aandacht die het regionale voetbal krijgt. “Ik vind het mooi dat platforms als Voetbal Brabant er zijn. Die betrokkenheid bij het amateurvoetbal zorgt ervoor dat je als speler en als club serieus genomen wordt. En dat verdienen we allemaal wel, vind ik.”












